Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Diagrammen Genereren Met Programma's; Tweedimensionele Grafieken - HP 50g Gebruikershandleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor 50g:
Inhoudsopgave

Advertenties

Het menu FLAG in PLOT
Het menu FLAG is eigenlijk interactief, zodat u elk van de volgende opties kunt
selecteren:
AXES: wanneer dit is geselecteerd, worden de assen binnen de
diagramruimte of het volume weergegeven, indien deze zichtbaar zijn..
CNCT: wanneer dit is geselecteerd, wordt het diagram gemaakt zodat
individuele punten verbonden zijn.
SIMU: wanneer dit is geselecteerd en indien meer dan één grafiek moet
worden geplot met dezelfde set assen, worden alle grafieken simultaan
geplot.
Druk op @) P LOT om terug te keren naar het menu PLOT .

Diagrammen genereren met programma's

Afhankelijk van het feit of we te maken hebben met een tweedimensionele
grafiek gedefinieerd door een functie, door gegevens van ΣDAT of door een
driedimensionele functie, moet u de variabelen PPAR, ΣPAR en/of VPAR
instellen voor u een diagram aangemaakt in een programma. Met de
commando's uit de vorige paragraaf kunt u dergelijke variabelen instellen.
Hierna beschrijven we de algemene opmaak van de variabelen die nodig zijn
voor het maken van de verschillende diagramtypes die beschikbaar zijn in de
rekenmachine.

Tweedimensionele grafieken

De tweedimensionele grafieken aangemaakt via functies, namelijk Function,
Conic, Parametric, Polar, Truth en Differential Equation gebruiken PPAR met de
notatie:
{ (x
, y
min
min
De tweedimensionele grafieken opgemaakt met gegevens in de statistische
matrix ΣDAT, namelijk Bar, Histogram en Scatter gebruiken de variabele ΣPAR
met de volgende notatie:
) (x
, y
max
max
) indep res axes ptype depend }
Blz. 22-15

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave