C
5
HAPTER
Figure 5.13:
Mitel Geavanceerd Intelligent Netwerk:
Als in een AIN een satellietgebruiker niet langer kan worden bereikt vanwege een verbindingsonderbre-
king of vanwege onvoldoende bandbreedte tussen de Master en een satelliet en als er geen onbereikbare
bestemming is gedefinieerd voor de gebruiker, dan gebeurt het volgende:
•
Inkomende externe bellers via Master krijgen de bezettoon mits ze niet opnieuw naar een verkrijg-
bare bestemming worden gerouteerd vanwege een vermelding onder
•
Voor interne bellers die de gebruiker op de "verloren" satelliet willen bereiken, reageert het systeem
alsof er geen aansluiting werd verbonden, behalve als de gebruiker ook via de CDE wordt
opgeroepen.
Routeringsfuncties voor Inkomende Oproepen
Oproepdistributie heeft de volgende binnenkomende routeringsfuncties toegewezen gekregen:
•
Een oproep naar een bestemming routeren, afhankelijk van de positie van de toegewezen schakel-
groep (zie
"Oproepenbestemming"
•
Een oproep naar een alternatieve bestemming routeren als de oorspronkelijke bestemming bezet is
of als de oproep onbeantwoord blijft (zie Alternatieve Bestemmingen).
•
Beperking van het aantal oproepen dat tegelijk binnenkomt op elk oproependistributie-element (
Max incoming calls instelling). Zodra deze grenswaarde wordt overschreden, krijgt elke volgende
beller bezet, op voorwaarde dat er geen alternatieve bestemming CDE if busy is gedefinieerd.
•
Een oproep naar dataservicebestemmingen routeren:
Dataservice bestemmingen kunnen voor elk oproependistributie-element worden geconfigureerd
(zie "Dataservice").
Toepassingsvoorbeeld van de configuratie van een alternatieve bestemming
).
indien bezet
O
-
PROEPDISTRIBUTIE
ELEMENT
R
OUTERINGSELEMENTEN
.
CDE iif busy
(CDE)
115