Inleiding
2.4 Interface
Tekens bewerken met behulp van een matrix
+
2.4.15
Beveiligingsniveaus
Het invoeren of wijzigen van gegevens in de besturing is op cruciale locaties beveiligd d.m.v.
een wachtwoord.
62
5.
Selecteer de invoer van Koreaanse tekens.
6.
Voer de gewenste tekens in.
7.
Druk op de toets <Input> om de tekens in het invoerveld in te voegen.
1.
Open het masker en plaats de cursor op het invoerveld.
Druk op de toetsen <Alt +S>.
De editor verschijnt op het scherm.
2.
Ga naar het keuzeveld "Toetsenbord + matrix".
3.
Selecteer "Matrix".
4.
Ga naar het selectieveld voor functies.
5.
Selecteer de invoer van Koreaanse tekens.
6.
Voer het nummer van de regel in waarin het gewenste tekens zich bevindt.
De regel wordt in kleur geaccentueerd.
7.
Voer het nummer van de kolom in waarin het gewenste tekens zich be‐
vindt.
Het tekens wordt voor korte tijd in kleur geaccentueerd en vervolgens
overgenomen in het veld Tekens.
Druk op de toets <BACKSPACE> om ingevoerde klanken te wissen.
8.
Druk op de toets <Input> om het teken in het invoerveld in te voegen.
Bedieningshandboek, 12/2017, 6FC5398-8CP40-6JA1
Draaien