8-34
TECHNISCHE GEGEVENS
4. Wees voorzichtig bij het monteren van een antenne naast een bestaande
antenne of bij het monteren van antennes met een magnetische voet, omdat dit
de nauwkeurigheid of de werking van het kompas (indien aanwezig) nadelig kan
beïnvloeden.
[Stralingspatronen en massavlakken]
1. Om een symmetrisch niet-directioneel stalingspatroon te creëren, moet een
antenne worden bevestigd op een horizontaal massavlak met idealiter een radius
van > λ/4 bij de laagste in gebruik zijnde frequentieband (zie Tabel 1).
2. De antenne mag niet in de buurt van structuren met elektrische resonantie
worden geplaatst.
3. Wees voorzichtig bij het plaatsen van de antenne in de buurt van een andere
bestaande antenne. De antennes moeten worden gescheiden met > λ/4 voor een
zendfrequentie f < 600 MHz en met > λ voor een zendfrequentie f > 600 MHz (zie
Tabel 1).
Tabel 1. Geschatte conversiewaarden frequentie-golflengte
Frequentie
f
MHz
50
80
150
450
600
900
1800
[Voorziening massavlak]
Bij het plaatsen van een antenne op een niet-metalen oppervlak:
• een niet van een massavlak afhankelijke antenne kan rechtstreeks worden
gemonteerd op een willekeurig oppervlak (glasvezel enz.) of op een door de
leverancier verstrekte steun.
• een standaardantenne kan worden gebruikt met een massavlak op de onderzijde
van het paneel (bijvoorbeeld een metalen plaat die voldoet aan de waarden in
Tabel 1).
Golflengte
λ
cm
600
375
200
66
49,5
33
16,5
λ/4
cm
150
94
50
17
12
8
4