WAARSCHUWING (vervolg)
• Motor, partikelfilter (DPD), katalytische reductie (SCR) met ureum, demper,
uitlaatpijp, radiator en stuurbekrachtigingsvloeistofreservoir zijn heet meteen
nadat met het voertuig is gereden. Ook olie en vloeistoffen zijn heet. Wees
voorzichtig rond deze onderdelen zodat u zich niet verbrandt. Voer alle controles
uit terwijl de motor koud is.
• Verricht geen werkzaamheden in de buurt van open vuur of andere
warmtebronnen.
• Bij het werken aan de brandstofleiding of het brandstoffilter moet u de vuldop
van de brandstoftank verwijderen. Het brandstofsysteem staat onder druk en de
brandstof zal overlopen als de druk niet wordt ontlast, met mogelijk verbranding
of brand tot gevolg.
• Laat de motor niet draaien in een slecht geventileerde garage of andere ruimte.
Dit kan dodelijke koolmonoxidevergiftiging veroorzaken.
• Handen, gereedschap of kledij kunnen verstrikt raken in de riemen terwijl
de motor draait. Breng ze niet te dicht bij de motor (draag geen polshorloge,
stropdas, ringen, enz.)
• Brandstof en batterijen produceren ontvlambare gassen die kunnen ontploffen.
Vermijd vonken en open vuur.
• Draag een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen olie, vloeistoffen en
rondvliegende voorwerpen.
• Gebruik uitsluitend originele Isuzu-onderdelen.
• Laat geen inspectiegereedschap, gedemonteerde onderdelen, vodden etc.
achter in de motorruimte. Die zouden immers defecten kunnen veroorzaken
wanneer ze worden gegrepen door bewegende onderdelen zoals riemen en
zelfs brand veroorzaken door contact met hete onderdelen.
CAUTION
OPGELET
• Afgedankte onderdelen, oliën, vetten en andere vloeistoffen kunnen een
schadelijke invloed hebben op het milieu. Deze materialen zijn vaak moeilijk
milieubewust op te ruimen en bijgevolg laat u inspecties en vervangingen beter
over aan uw Isuzu-dealer.
• Oliën, remvloeistof, batterijvloeistof en koelvloeistof zijn bedoeld voor smering,
koeling en roestpreventie. Als deze vloeistoffen zijn aangetast door verlies of
vervuiling, kunnen onderdelen minder goed presteren met problemen zoals
vastlopen of defecten tot gevolg. Vul deze vloeistoffen bij of ververs ze bij de
inspecties (dagelijkse en periodieke inspecties), overeenkomstig de relevante
bepalingen of volgens het onderhoudsschema (wanneer de opgegeven
afstands- of tijdsinterval wordt bereikt, afhankelijk van wat het eerst komt).
INSPECTIE EN ONDERHOUD
6-5