3. Sluit de startkabels aan in de genummerde volgorde in de afbeelding.
Vehicle with booster batteries
2
4. Start na het aansluiten van de kabels de motor van het voertuig met de
hulpbatterij. Verhoog het toerental van de motor met de hulpbatterij lichtjes en
start de motor van het voertuig met de lege batterij.
5. Als de motor van het voertuig met de lege batterij start, maakt u de startkabels
los in omgekeerde volgorde van waarin ze werden aangesloten.
WARNING
WAARSCHUWING
• Controleer het batterijvloeistofpeil vooraleer u de startkabels aansluit.
Het gebruik of opladen van een batterij waarvan de vloeistof beneden het
minimumpeil staat, kan de toestand van de batterij verslechteren en bovendien
bestaat er kans op een gevaarlijke situatie zoals sterke warmteproductie
met mogelijk een ontploffing tot gevolg. Verricht de werkzaamheden nadat u
batterijvloeistof hebt bijgevuld.
• Een autobatterij produceert ontvlambare gassen die kunnen ontploffen. Let op
het volgende om vonken te voorkomen.
- Sluit het uiteinde van de startkabel in stap 4 van de afbeelding niet
rechtstreeks aan op de minpool van de batterij. Sluit de startkabel aan op een
metalen onderdeel van de motor weg van de batterij.
- Laat de kabel die verbonden is met de pluspool niet in contact komen met de
kabel die verbonden is met de minpool of het koetswerk.
- Hou vuur uit de buurt van de batterij.
• Let op dat u bij het aansluiten en loskoppelen van de kabels niet verstrikt raakt
in de aandrijfriemen.
IN NOODGEVALLEN
Disabled vehicle
Use the vehicle frame
as the ground
4
1
3
Negative side jumper cable
Positive side jumper cable
De motor starten
7-17
→ Zie pagina
4-4