Als het systeem herkent dat de bestuurder gedu‐
rende langere tijd niet zelf stuurt of zijn handen
van het stuurwiel neemt, verschijnt eerst de indi‐
catie 1. Wanneer de bestuurder verder niet
actief stuurt, klinkt naast de optische waarschu‐
wing herhaald een waarschuwingssignaal.
Als de bestuurder gedurende langere tijd niet op
deze waarschuwing reageert, kan een noodstop
worden ingeleid (
pagina 216).
/
Wanneer de bestuurder stuurt, volgt geen waar‐
schuwing of deze wordt beëindigd.
Als de actieve stuurassistent herkent dat een
systeemgrens is bereikt, wordt een optische
waarschuwing gegeven en klinkt een waarschu‐
wingssignaal.
De aanwijzingen met betrekking tot de rijsyste‐
men en uw verantwoording in acht nemen,
anders kunt u gevaren niet herkennen
(
pagina 192).
/
Systeemgrenzen
De actieve stuurassistent beschikt over een
begrensd stuurmoment voor de dwarsgeleiding.
De stuuringreep is mogelijk niet voldoende om
de auto in de rijstrook te houden of afritten af te
rijden.
Het systeem kan in de volgende situaties moge‐
lijk niet correct werken of buiten werking zijn:
Bij slecht zicht, bijvoorbeeld door sneeuw,
R
regen, mist, veel spatwater, sterk wisselende
lichtomstandigheden of schaduwen op de rij‐
baan
Als de auto wordt verblind, bijvoorbeeld door
R
tegemoetkomend verkeer, directe zonnestra‐
ling of reflecties
Bij ontoereikende verlichting van de rijbaan
R
Rijden en parkeren 215
Als de voorruit in de omgeving van de
R
camera vervuild, beslagen, beschadigd of
afgedekt is, bijvoorbeeld door een sticker
Als geen of meerdere niet eenduidige rijst‐
R
rookmarkeringen voor een rijstrook aanwezig
zijn of de markeringen snel veranderen, bij‐
voorbeeld bij wegwerkzaamheden of splitsin‐
gen
Als de rijstrookmarkeringen versleten, donker
R
of bedekt zijn, bijvoorbeeld door vuil of
sneeuw
Als de afstand tot de voorligger te klein is en
R
daardoor de rijstrookmarkeringen niet wor‐
den herkend
Bij zeer smalle en bochtige rijbanen
R
Bij obstakels die op de rijstrook staan of over
R
de rand van de rijstrook uitsteken, bijvoor‐
beeld geleidebakens
Het systeem biedt in de volgende situaties geen
ondersteuning:
In krappe bochten of bij het afslaan
R
Bij het oversteken van kruisingen
R
Op rotondes of bij tolpoortjes
R