Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave

Advertenties

Afb. 173 Rijsituatie / controlelampje in rechterbuitenspiegel verwijst naar
de rijsituatie
Lees en bekijk eerst
en
In de volgende rijsituaties verwijst het controlelampje in de buitenspiegel naar
een herkend voertuig in de "dode hoek".
Uw wagen
wordt door voertuig
B
Uw wagen
haalt wagen
in met een snelheid die maximaal 10 km/h ho-
C
D
ger is
» afb.
173. Is de snelheid tijdens het inhalen nog hoger, dan volgt er
geen waarschuwing via het controlelampje.
De waarschuwingsmelding gebeurt altijd in de buitenspiegel aan de wagenzij-
de waar een wagen in de "dode hoek" wordt herkend.
Hoe groter het snelheidsverschil tussen de beide wagens, des te vroeger volgt
middels het controlelampje de waarschuwing voor de wagen, waardoor u
wordt ingehaald.
Twee waarschuwingsniveaus
brandt - er is een wagen in de "dode hoek" herkend.
knippert - er is een wagen in de "dode hoek" herkend en het knipperlicht is
ingeschakeld.
Aanvullende waarschuwing bij wagens met Lane Assist
knippert ook dan, als het stuurwiel in de richting van de wagen in de "dode
hoek" is verdraaid. Daarvoor moet de Lane Assist
en de begrenzingslijnen tussen de wagens herkend zijn.
Als in dit geval uw wagen de begrenzingslijn passeert, wijst het systeem daar-
op door het stuurwiel kort te laten trillen.
140
Rijden
op bladzijde 138.
ingehaald
» afb.
172.
A
» pag. 163
zijn geactiveerd
Let op
De helderheid van het controlelampje
wagenverlichting. Bij ingeschakeld dim- of grootlicht is de helderheid van het
controlelampje minder.
Activering/deactivering
Lees en bekijk eerst
en
De activering resp. deactivering van de systemen kan op een van de volgende
manieren plaatsvinden:
Op het display van het instrumentenpaneel
In het infotainment
»
Instructieboekje infotainment
Na het uit- en inschakelen van het contact blijven de systemen, afhankelijk
van de laatste instelling, geactiveerd resp. gedeactiveerd.
Let op
Bij het activeren van de assistent voor "dodehoek"-herkenning gaan de con-
trolelampjes
in de beide buitenspiegels kort branden.

Storingen

Lees en bekijk eerst
en
Als de systemen om onbekende reden niet beschikbaar zijn, dan wordt op het
display in het instrumentenpaneel een overeenkomstige melding weergege-
ven:
Sensor afgedekt / verontreinigd
Als de sensor is afgedekt of verontreinigd, verschijnt er een melding dat er
geen sensorzicht is. Het gebied om de sensor schoonmaken resp. het obstakel
verwijderen
» afb. 170
op pag. 138.
Systemen niet beschikbaar
Zijn de systemen niet beschikbaar, dan verschijnt er een melding over de on-
beschikbaarheid. De wagen stoppen, de motor afzetten en weer starten. Zijn
de systemen dan nog steeds niet beschikbaar, de hulp van een specialist in-
roepen.
Systeemstoring
Bij een systeemstoring verschijnt een storingmelding. De hulp van een specia-
list inroepen.
is afhankelijk van de instelling van de
op bladzijde 138.
» pag.
46, Menupunt Hulpsystemen.
op bladzijde 138.

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave