NOODOPROEP
Er zijn twee modi voor de noodoproep:
– automatische modus;
– Handmatige modus
Automatische modus
Als de waarschuwingslampje
3
automatische modus 2 groen oplicht,
bevestigt dit dat het automatische
systeem is ingeschakeld.
De noodoproep wordt automatisch
gedaan als de beschermende
uitrusting (gordelspanners, airbag,
enz.) werd geactiveerd vanwege een
ongeval.
In geval van een ongeluk
blijft u, als de plaats en
het verkeer dit toestaan,
dicht bij de auto om
eventuele oproepen van het
callcenter snel te kunnen
beantwoorden.
3 0 0 - R i j d e n
Handmatige modus
De noodoproep kan als volgt worden
gestart:
– de knop 3 minstens drie seconden
ingedrukt houden;
of
– de knop 3 binnen tien seconden vijf
keer indrukken.
Als de knop per ongeluk is ingedrukt,
kunt u het gesprek annuleren door de
knop 3 ongeveer twee seconden
ingedrukt te houden voordat de
verbinding met het callcenter tot stand
komt.
Zodra de oproep is ingesteld, kan
alleen het callcenter deze beëindigen.
Storingen
In sommige gevallen werkt de
noodoproep niet (bijvoorbeeld bij een
zwakke accu enz).
Als het systeem een storing ontdekt,
licht het rode waarschuwingslampje 1
langer dan 30 minuten op.
In het geval van een systeemstoring
gaan de waarschuwingslampjes 1 en
2 uit en niet meer aan.
Raadpleeg in deze twee gevallen zo
snel mogelijk een merkdealer.