energie. De kinetische energie die vrijkomt
wordt op deze wijze verminderd en het risico
op lichamelijk letsel wordt tegelijkertijd be-
perkt. Daarom moet u altijd de gordel om-
gespen voordat u gaat rijden, ook al is het
maar voor een korte rit.
Let er eveneens op dat ook de andere inzit-
tenden goed zijn vastgegespt. Ongevallen-
statistieken hebben uitgewezen dat het juist
omgespen van de veiligheidsgordels het risi-
co op lichamelijk letsel aanzienlijk verkleint
en de kans een zwaar ongeval te overleven
vergroot. Juist vastgegespte veiligheidsgor-
dels verhogen bovendien de optimale be-
schermende werking van airbags die in geval
van een aanrijding worden geactiveerd. Om
deze reden is in de meeste landen het dra-
gen van de veiligheidsgordels wettelijk ver-
plicht.
Hoewel uw wagen met airbags is uitgerust,
moeten de veiligheidsgordels juist worden
vastgegespt. De voorairbags bijvoorbeeld
worden alleen bij bepaalde frontale aanrij-
dingen geactiveerd. De voorairbags worden
niet geactiveerd bij lichte frontale aanrijdin-
gen, lichte aanrijdingen van opzij, aanrijdin-
gen van achteren, over de kop slaan en bij
aanrijdingen waarbij de vooraf afgestelde air-
bag-activeringswaarde in het regelapparaat
niet werd overschreden.
Veiligheidsgordels
Belangrijke veiligheidsaanwijzingen
voor het gebruik van de veiligheids-
gordels
De veiligheidsgordel altijd dragen zoals in
–
dit hoofdstuk is beschreven.
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels altijd
–
kunnen worden omgegespt en niet zijn be-
schadigd.
ATTENTIE
Als u de veiligheidsgordel niet of verkeerd
●
heeft omgegespt, wordt daarmee het risico
op zwaar lichamelijk letsel met eventueel
dodelijke gevolgen verhoogd. De optimale
beschermende werking van de veiligheids-
gordels wordt alleen bereikt als u de veilig-
heidsgordels juist draagt.
Met een veiligheidsgordel mogen nooit
●
twee personen (ook geen kinderen) gelijk-
tijdig worden vastgegespt.
Nooit de vastgegespte veiligheidsgordel
●
losmaken zolang de wagen in beweging is -
levensgevaarlijk!
De gordelband mag niet over harde of
●
breekbare voorwerpen (bril, balpen enz.)
heen worden gelegd omdat daardoor letsel
kan ontstaan bij een ongeval.
De gordelband mag niet zijn ingeklemd,
●
beschadigd of langs scherpe kanten schu-
ren.
Nooit de veiligheidsgordel onder de arm
●
of in een andere verkeerde houding dra-
gen.
Zeer dikke, losse kleding (bijv. een man-
●
tel over een sweatshirt) belemmert het
strak aansluiten en de werking van de vei-
ligheidsgordels.
De invoeropening voor de slotgesp mag
●
niet verstopt zijn door papier of iets derge-
lijks omdat anders de slotgesp niet goed
kan worden vastgeklikt.
Nooit het verloop van de gordelband ver-
●
anderen door gordelbandklemmen, beves-
tigingsogen of iets dergelijks.
Gerafelde of ingescheurde veiligheids-
●
gordels, beschadigingen aan de gordelver-
bindingen, aan de oprolautomaten of het
slotdeel kunnen in geval van een aanrijding
zwaar lichamelijk letsel veroorzaken. Daar-
om regelmatig de toestand van alle veilig-
heidsgordels controleren.
Veiligheidsgordels die tijdens een ongeval
●
worden belast en daardoor minder span-
nen, moeten door een gespecialiseerde
werkplaats worden vervangen. Vervanging
kan noodzakelijk zijn, ook al lijken er geen
zichtbare beschadiging te zijn. Controleer
voorts de verankeringen voor de veilig-
heidsgordels.
Nooit proberen om de veiligheidsgordels
●
zelf te repareren. De veiligheidsgordels
mogen nooit op een of andere wijze wor-
den veranderd of door u worden uitge-
bouwd.
»
17