De ingebouwde flitser klapt vanzelf uit.
In opnamemodi (<A> <C> <2> <4> <6>) met de
standaardinstelling <a> (Autom. flits) klapt de ingebouwde flitser
indien nodig automatisch omhoog.
De ingebouwde flitser werkt niet.
Als u continu en met slechts korte tussenpozen opnamen maakt met
de ingebouwde flitser, kan de flitser mogelijk tijdelijk niet worden
gebruikt om de flitsereenheid te beschermen.
De externe flitser flitst niet.
Als u voor Live view-opnamen een flitser gebruikt van een ander merk dan
Canon, stelt u [A2: Stille LV-opname] in op [Uitschakelen] (pag. 231).
De externe flitser werkt altijd op vol vermogen.
Als u een andere flitser gebruikt dan een Speedlite uit de EX-serie,
werkt de flitser altijd op vol vermogen (pag. 194).
Wanneer de flitsvoorkeuze [Flits meetmethode] is ingesteld op [TTL]
(automatische flits), werkt de flitser altijd op vol vermogen (pag. 202).
Voor de externe Speedlite kan geen flitsbelichtingscompensatie
worden ingesteld.
Als flitsbelichtingscompensatie al is ingesteld op de externe Speedlite,
kan flitsbelichtingscompensatie niet meer worden ingesteld op de
camera. Wanneer de flitsbelichtingscompensatie van de externe
Speedlite wordt geannuleerd (ingesteld op 0), kan de
flitsbelichtingscompensatie van de camera weer worden ingesteld.
Snelle synchronisatie kan niet worden ingesteld in de modus <f>.
Stel bij [z2: Flitsbesturing] de optie [Flitssync.snelheid AV-
modus] in op [Auto] (pag. 196)
De camera maakt geluid wanneer deze wordt geschud.
Het uitschuifmechanisme van de flitser beweegt een beetje. Dit is
normaal en is geen defect.
Problemen oplossen
423