Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave

Advertenties

Intervalwissen
De hendel omhoog in stand
» Afbeelding 35
1
Met de schakelaar
de gewenste pauze instellen tussen de afzonderlijke wis-
A
bewegingen.
Langzaam wissen
De hendel omhoog in stand
» Afbeelding 35
2
Snel wissen
De hendel omhoog in stand
» Afbeelding 35
3
Wis-wasautomaat van de voorruit
De hendel tegen de veerdruk in naar het stuurwiel toe trekken in stand
» Afbeelding
35, de sproeierinstallatie gaat direct sproeien, terwijl even later
5
de ruitenwissers gaan wissen. Bij een snelheid van meer dan 120 km/h werken
de sproeierinstallatie en de ruitenwissers gelijktijdig.
Hendel loslaten. De sproeierinstallatie stopt en de wissers maken nog 3 tot 4
wisbewegingen (afhankelijk van de tijd dat de sproeierinstallatie was ingescha-
keld). Bij een snelheid van meer dan 2 km/h maken de ruitenwissers 5 seconden
na de laatste wisbeweging nog een wisslag om de laatste druppels van de ruit
te wissen. Deze functie kan bij een ŠKODA erkend reparateur worden geacti-
veerd/gedeactiveerd.
Regensensor
De hendel in stand
» Afbeelding 35
1
Met de schakelaar
kunt u de gevoeligheid van de sensor individueel instel-
A
len.
Wissen van de achterruit
De hendel van het stuurwiel af drukken in stand
wisser maakt elke 6 seconden een wisbeweging.
Wis-/wasautomaat van de achterruit
De hendel tegen de veerdruk in volledig naar voren van het stuurwiel af druk-
ken in stand
» Afbeelding
35, de sproeierinstallatie gaat direct sproeien, ter-
7
wijl even later de ruitenwisser gaat wissen. Zolang u de hendel in deze stand
houdt, werken de wisser en de sproeierinstallatie.
Hendel loslaten. De sproeierinstallatie stopt en de wisser maakt nog 2 tot 3
wisbewegingen (afhankelijk van de tijd dat de sproeierinstallatie was ingescha-
keld). Na het loslaten blijft de hendel staan in stand
Ruitenwissers uitschakelen
De hendel terugzetten in basisstand
50
Bediening
zetten.
zetten.
zetten.
zetten.
» Afbeelding
35, de ruiten-
6
.
6
» Afbeelding
35.
0
Winterstand
Als de ruitenwissers zich in de ruststand bevinden, kunnen ze niet van de voorruit
worden weggeklapt. Om deze reden adviseren wij de ruststand van de ruitenwis-
sers in de winter zodanig te wijzigen, dat ze gemakkelijk van de voorruit kunnen
worden weggeklapt.
Deze ruststand kan als volgt worden ingesteld:
De ruitenwissers inschakelen.
Het contact uitschakelen. De ruitenwissers blijven in de stand staan, waarin ze
zich bevinden op het moment dat het contact wordt uitgeschakeld.
Als winterstand kunt u ook de servicestand gebruiken
Automatische achterruitwisser (Combi)
ä
Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 48 en volg deze op.
Als de ruitenwisserhendel in stand
staat, wordt de achterruit bij een snelheid van meer dan 5 km/h elke 30 seconden
resp. 10 seconden gewist.
Bij een actieve regensensor (de hendel bevindt zich in de stand
alleen actief als de ruitenwissers voor continu wissen (geen pauze tussen de wis-
bewegingen).
Activering/deactivering
De functie automatische achterruitwisser wordt geactiveerd/gedeactiveerd in het
informatiedisplay in het menu:
Settings (Instellingen)
Lights & Vision (Licht & zicht)
Rear wiper (A. ruitwisser)

Koplampsproeiers

ä
Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 48 en volg deze op.
De koplampen worden gereinigd na elke vijfde bediening van de ruitensproeierin-
stallatie en als het dim- of grootlicht ingeschakeld is en als de ruitenwisserhendel
circa 1 seconde in stand
» Afbeelding 35
5
» pagina
51.
» Afbeelding 35
op pagina 49 resp.
2
1
) is de functie
op pagina 49 wordt vastgehouden.
Ð
3
Ð
£

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave