Veiligheidsgordels
Veiligheidsgordels
ä
Inleiding voor het onderwerp
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:
Het natuurkundige principe van een frontale aanrijding
Veiligheidsgordels omgespen en losmaken
Hoogteverstelling veiligheidsgordels bij de voorstoelen
Gordelspanner
Correct omgegespte veiligheidsgordels bieden een goede bescherming bij onge-
lukken. Ze verkleinen het risico op lichamelijk letsel aanzienlijk en vergroten de
kans een zwaar ongeval te overleven.
Correct omgegespte veiligheidsgordels houden de inzittenden in de wagen in de
juiste zithouding
» Afbeelding
111.
De gordels reduceren de bewegingsenergie aanzienlijk. Verder voorkomen ze on-
gecontroleerde bewegingen die zwaar letsel tot gevolg kunnen hebben.
Inzittenden van de wagen met goed vastgegespte veiligheidsgordels profiteren
in hoge mate van het feit dat de bewegingsenergie optimaal via de gordels wordt
opgevangen. Ook garanderen de structuur van de voorzijde en andere passieve
veiligheidskenmerken van uw wagen, zoals het airbagsysteem, een reductie van
de bewegingsenergie. De energie die ontstaat wordt op deze wijze verminderd
en het risico van lichamelijk letsel wordt kleiner.
Bij het vervoeren van kinderen moet u rekening houden met speciale veiligheids-
aspecten
» pagina
139.
Afbeelding 111
Bestuurder met omgegespte
veiligheidsgordel
130
131
132
132
ATTENTIE
Vóór elke rit de veiligheidsgordel correct omgespen - ook in stadsverkeer!
■
Dat geldt ook voor de inzittenden op de zitplaatsen achterin - gevaar voor
verwondingen!
Ook zwangere vrouwen moeten altijd de veiligheidsgordel dragen. Alleen
■
dat biedt de beste bescherming voor het ongeboren kind
ligheidsgordels omgespen en losmaken.
De hoogte van de veiligheidsgordel zo instellen, dat de schoudergordel on-
■
geveer over het midden van de schouder - maar in geen geval langs de hals -
loopt.
Altijd op het juiste verloop van de veiligheidsgordel letten. Een verkeerd ge-
■
dragen veiligheidsgordel kan zelfs bij een lichte aanrijding tot letsel leiden.
De maximale beschermende werking van de veiligheidsgordels wordt alleen
■
bij een correcte zitpositie bereikt
» pagina
De leuningen mogen niet te ver naar achteren staan, omdat anders de werk-
■
ing van de veiligheidsgordel teniet kan worden gedaan.
De gordel mag niet zijn vastgeklemd, zijn verdraaid of langs scherpe randen
■
schuren.
Let erop dat de veiligheidsgordel bij het sluiten van het portier niet wordt
■
ingeklemd.
Een te los gedragen veiligheidsgordel kan tot letsel leiden, omdat uw li-
■
chaam bij een ongeval door de bewegingsenergie verder naar voren komt en
dan abrupt door de veiligheidsgordel wordt afgeremd.
De gordel mag niet over harde of breekbare voorwerpen (bril, balpen, sleu-
■
telbos, enzovoort) heen liggen, omdat deze letsel kunnen veroorzaken.
Met een veiligheidsgordel mogen nooit twee personen (ook geen kinderen)
■
worden vastgegespt.
De slotgesp mag alleen in het bij de betreffende zitting behorende slotdeel
■
worden gestoken. Het verkeerd omdoen van de veiligheidsgordel beïnvloedt
de beschermende werking hiervan en de kans op letsel neemt toe.
De invoertrechter voor de slotgesp mag niet verstopt zijn door papier of iets
■
dergelijks omdat anders de slotgesp niet goed kan worden vastgeklikt.
Veel lagen kleding en ook losse kleding (bijvoorbeeld een mantel over een
■
colbert) belemmeren het correct aanliggen en de werking van de veiligheids-
gordels.
Het gebruik van klemmen of andere voorwerpen voor het instellen van de
■
veiligheidsgordels (bijvoorbeeld voor het inkorten van de veiligheidsgordels bij
kleinere personen) is verboden.
» pagina
131, Vei-
126, Juiste zithouding.
129
Veiligheidsgordels
£