3-8
Stoelen en veiligheidssystemen
1. Controleer of de veiligheids-
gordel in de opbergklem (2) zit
voordat u de rugleuning omhoog
klapt.
De veiligheidsgordel mag het
vergrendelmechanisme (1) van
de rugleuning niet kruisen
wanneer de rugleuning omhoog
wordt geklapt.
2. Klap de rugleuning omhoog en
duw hem naar achteren om hem
op zijn plaats te vergrendelen.
Een lip nabij de ontgrendel-
hendel van de rugleuning wordt
teruggetrokken wanneer de
rugleuning vergrendeld wordt.
3. Kijk of de bovenkant van de
rugleuning vergrendeld is door
deze heen en weer te bewegen.
4. Breng de veiligheidsgordel terug
naar de veiligheidsgordelge-
leider nadat de rugleuning
omhoog geklapt is.
Houd de stoel rechtop in de
vergrendelde stand wanneer deze
niet wordt gebruikt.
Veiligheidsgordels
Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de
veiligheidsgordels veilig gebruikt. U
leest ook wat u niet met de veilig-
heidsgordels mag doen.
De veiligheidsgordels worden
tijdens snel accelereren of
afremmen van de auto vergrendeld
waardoor de inzittenden op hun
plaats worden gehouden. Daardoor
wordt het risico van letsel aanzien-
lijk verminderd.
WAARSCHUWING
Doe de veiligheidsgordel steeds
vóór elke rit om. In geval van een
ongeluk brengen mensen die
geen veiligheidsgordel om
hebben, hun mede-inzittenden en
henzelf in gevaar.
Veiligheidsgordels zijn ontworpen
om slechts door één persoon
tegelijk te worden gebruikt. Ze zijn
niet geschikt voor mensen die
kleiner zijn dan 150 cm. Zie Kinder-
veiligheidssystemen op pagina 3 19.
Deze auto heeft gordelverklikkers,
zodat u niet vergeet de gordels vast
te maken. Zie Gordelverklikkers op
pagina 5 13 voor meer informatie.
Driepuntsgordel
Alle zitplaatsen in de auto hebben
driepuntsgordels.
De onderstaande instructies geven
aan hoe u een driepuntsgordel
correct draagt.