Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Bediening Bandenspanningscontrole - Chevrolet VOLT 2013 Instructieboekje

Inhoudsopgave

Advertenties

het voertuigplaatje of bandenspan-
ningslabel, moet u zelf de juiste
bandenspanning voor deze banden
achterhalen.)
Het voertuig heeft als extra veilig-
heidsvoorziening een bandenspan-
ningscontrolesysteem (TPMS)
waarbij een indicator voor lage
bandenspanning oplicht indien de
druk in een of meerdere banden
aanmerkelijk lager is dan aanbe-
volen.
Als deze indicator voor lage
bandenspanning brandt, moet u zo
snel mogelijk stoppen, de banden
controleren en deze weer op de
juiste spanning brengen. Het rijden
op een band met een veel te lage
bandenspanning kan oververhitting
van de band en een lekke band tot
gevolg hebben. Een te lage banden-
spanning leidt ook tot een hoger
brandstofverbruik, snellere slijtage
van het bandenprofiel en een
verminderd rij- en remgedrag van
het voertuig.
Houd er rekening mee dat het
TPMS geen vervanging is voor het
voorgeschreven bandenonderhoud.
De bestuurder blijft verantwoordelijk
voor handhaving van de banden-
spanning, ook als de TPMS-indi-
cator nog niet brandt bij een te lage
bandenspanning.
Het voertuig heeft eveneens een
TPMS-storingsindicator dat in
werking treedt als het systeem niet
goed functioneert. De TPMS-sto-
ringsindicator is gecombineerd met
de indicator voor lage bandenspan-
ning. Als het systeem een storing
detecteert, zal de indicator
gedurende ongeveer één minuut
knipperen en daarna continu blijven
branden. Zolang de storing
aanwezig is, zal dit zich blijven
herhalen als het voertuig wordt
gestart.
Bij een brandende storingsindicator
is het systeem mogelijk niet in staat
om een lage bandenspanning te
detecteren of te melden. TPMS-sto-
ringen kunnen verschillende
oorzaken hebben. Ook montage van
Verzorging van het voertuig
of vervanging door andere banden
of wielen kan ertoe leiden dat het
TPMS niet goed werkt. Controleer
altijd de TPMS-storingsindicator
nadat een of meerdere banden of
wielen van het voertuig zijn
vervangen. Zo weet u of de TPMS
goed werkt met de nieuwe banden
of wielen.
Zie Bediening bandenspanningscon-
trole op pagina 10 39 voor aanvul-
lende informatie.
Bediening bandenspan-
ningscontrole
Het voertuig kan zijn voorzien van
een bandenspanningscontrolesys-
teem (TPMS). Het TPMS is ontwik-
keld om de bestuurder te
waarschuwen in geval van een lage
bandenspanning. Alle banden en
wielen zijn hiervoor uitgerust met
TPMS-sensoren. De TPMS-sen-
soren bewaken de luchtdruk in de
banden en ze versturen de waarden
10-39

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave