1. Druk op !o(OFF) om het toestel af te zetten.
Let op!
• Schakel het toestel uit vóór u de batterijen vervangt, anders gaan de opgeslagen
gegevens verloren.
2. Schuif de beschermhoes op het toestel en pas op dat u daarbij niet op o drukt.
Draai daarna het toestel om.
3. Verwijder het deksel van de batterijhouder door
dit in de door de pijl 1 aangegeven richting te trekken.
4. Haal de vier gebruikte batterijen uit het toestel.
5. Plaats vier nieuwe batterijen, maar let op dat de polen
(+)/(–) op de juiste plaats
zitten.
6. Plaats het deksel van de batterijhouder terug.
7. Draai het toestel om en schuif de beschermhoes eraf.
Druk dan op o om het toestel aan te zetten.
# De noodbatterij heeft ondertussen voor
energie gezorgd, zodat de opgeslagen
gegevens niet verloren gingen.
α
-6-3
Voeding
# Haalt u de voedingsbatterijen een lange periode
uit het toestel, dan kunnen opgeslagen
gegevens
verloren gaan.
# Als de karakters op het scherm te licht zijn,
nadat u het toestel opnieuw hebt aangezet, dan
moet u de contrastinstelling bijregelen.
20050301