VERWARMING, AIRCONDITIONING
1
8
Verdeling van de lucht in het
interieur
Draai de knop 4 om de aanwijzer tegenover
de symbolen te plaatsen.
W
De lucht wordt naar de voorruit en
de roosters aan de zijkanten van
het dashboard geleid. Met deze stand wordt
voorkomen dat de ruiten beslaan.
(2/3)
2
3
4
6
i
De lucht wordt naar de ontwase-
mingsroosters van de voorruit en
de zijruiten, en naar de voetenruimtes van
de passagiers geleid.
Deze stand wordt aangeraden voor het be-
reiken van het hoogste comfort bij koud
weer.
ó
De lucht wordt voornamelijk naar
de voetenruimtes gevoerd.
G
De lucht wordt naar alle ventilatie-
roosters en de voetenruimtes ge-
voerd.
J
De lucht wordt hoofdzakelijk naar
de ventilatieroosters in het dash-
9
board geleid.
De laatste stand is de aanbevolen instelling
om het beste comfortniveau bij warm weer
te bereiken.
Snel ontwaseming
Stel de volgende bedieningselementen in
op:
– 2 bediening: maximumtemperatuur;
– 3 bediening: maximale ventilatiesnelheid;
– 4
bediening:
W
9;
– 1 bediening: buitenlucht
De airconditioning inschakelen: druk op de
knop 6.
luchtverdeling
naar
W
8.
3.5