›
De grootlichthendel voor het inschakelen van het grootlicht naar voren druk-
ken
» Afbeelding
25.
Licht uitschakelen (uitgezonderd dagrijverlichting)
›
De lichtschakelaar in stand O draaien .
Functie DAY LIGHT (dagrijverlichting)
ä
Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 42 en volg deze op.
Dagrijverlichting activeren
›
De afdekking van de zekeringenhouder aan de linkerzijde van het dashboard
verwijderen
» pagina
176, Zekeringen in het dashboard.
›
De lichtschakelaar in stand O draaien
›
De schakelaar voor de dagrijverlichting inschakelen
Dagrijverlichting deactiveren
›
De afdekking van de zekeringenhouder aan de linkerzijde van het dashboard
verwijderen
» pagina
176, Zekeringen in het dashboard.
›
De schakelaar voor de dagrijverlichting uitschakelen
›
De lichtschakelaar in de stand stadslicht of dimlicht omschakelen
beelding 21
- .
Dagrijverlichting activeren bij wagens met start-stopsysteem
›
Het contact uitschakelen.
›
De knipperlichthendel naar het stuurwiel trekken en tegelijkertijd omhoogdruk-
ken en in deze stand vasthouden.
›
Het contact inschakelen - wachten tot het rechter knipperlicht 4x knippert.
›
Het contact uitschakelen - er klinkt een akoestisch signaal dat de activering
van de dagrijverlichting bevestigt.
›
De knipperlichthendel loslaten.
Dagrijverlichting deactiveren bij wagens met start-stopsysteem
›
Het contact uitschakelen.
›
De knipperlichthendel naar het stuurwiel trekken en tegelijkertijd omlaagdruk-
ken en in deze stand vasthouden.
›
Het contact inschakelen - wachten tot het linker knipperlicht 4x knippert.
›
Het contact uitschakelen - er klinkt een akoestisch signaal dat de deactivering
van de dagrijverlichting bevestigt.
›
De knipperlichthendel loslaten.
» Afbeelding 21
- .
» Afbeelding 21
- .
» Afbeelding 21
- .
» Af-
Bij wagens met afzonderlijke lampen voor de dagrijverlichting in de mistlampen of
in de voorbumper branden bij geactiveerde dagrijverlichting het stadslicht (zowel
voor als achter) en de kentekenplaatverlichting niet.
Als de wagen niet met afzonderlijke lampen voor de dagrijverlichting is uitgerust,
wordt de dagrijverlichting gerealiseerd door een combinatie van dimlicht, stads-
licht (voor en achter) inclusief de kentekenplaatverlichting.
Halogeenprojectorkoplampen met bochtenverlichtingsfunctie
ä
Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 42 en volg deze op.
De halogeenprojectorkoplampen met bochtenverlichtingsfunctie plaatsen zich-
zelf, afhankelijk van de rijsnelheid en de stuurinslag, in de optimale positie voor
een betere verlichting van de bocht.
ATTENTIE
Indien de halogeenprojectorkoplampen met bochtenverlichtingsfunctie defect
zijn, worden de koplampen automatisch in een noodpositie omlaaggebracht,
waardoor eventuele verblinding van tegenliggers wordt voorkomen. Hierdoor
wordt het verlichte gedeelte van de rijbaan kleiner. Voorzichtig rijden en di-
rect naar een specialist rijden.
Parkeerlicht
ä
Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen
op pagina 42 en volg deze op.
Parkeerlicht
›
Het contact uitschakelen.
›
De knipperlichthendel
» Afbeelding 25
- het stadslicht aan de rechter-, resp. linkerzijde van de wagen wordt ingescha-
keld.
Parkeerlicht aan beide zijden
›
De lichtschakelaar draaien en de wagen vergrendelen.
naar boven, resp. naar beneden drukken
Licht en zicht
£
43