Instellingen
8.4.4
Drukbegrenzingsklep met zeskantige buitencontour
Fig. 163
8.4.4.1
Basisinstelling van de drukbegrenzingsklep
1. Draai de contramoer (Fig. 163) los.
2. Draai de bout met de inbussleutel (Fig. 163/1) helemaal naar binnen (rechtsom).
3. Draai de bout met de inbussleutel 3 omwentelingen naar buiten.
4. Draai de contramoer vast.
8.4.4.2
Instelling turbinetoerental
Voer deze instelling alleen uit, wanneer de hydraulische turbinemotor op de tractorhydraulica is
aangesloten en de tractor geen stroomregelklep heeft.
1. Draai de contramoer (Fig. 163) los.
2. Stel het gewenste turbinetoerental met behulp van een inbussleutel (Fig. 163/1) op de
drukbegrenzingsklep in. Het maximale turbinetoerental mag niet hoger zijn dan 4000 1/min.
Ventilatortoerental
Naar rechts draaien:
Naar links draaien:
3. Draai de contramoer vast.
8.4.5
Bewaking turbinetoerental instellen
De boordcomputer controleert het turbinetoerental.
Het gewenste turbinetoerental in de bedieningsterminal instellen.
Wijkt het werkelijke toerental meer dan 10 % af van het gewenste toerental, dan klinkt er een
akoestisch signaal en verschijnt er een melding op het display. De procentuele afwijking is instelbaar.
136
het gewenste turbinetoerental verhogen
het gewenste turbinetoerental verlagen.
Fig. 164
AD-P 30/35/4000 SPECIAL BAH0081-2 02.17