BINNENVERLICHTING
Verlichting bagageruimte 7
Het lampje 7 gaat branden bij het openen
van de bagageruimte.
Het ontgrendelen en het openen van de
portieren en de achterklep zorgen voor
het tijdelijk branden van de binnenlichten
en de vloerlichten.
3.26
(3/3)
7
Binnenverlichting achter 8
Met de schakelaar 8 kunt u kiezen voor:
– een constant brandende verlichting;
– een verlichting die gaat branden als een
van de voorportieren of, afhankelijk van
de auto, een van de vier portieren wordt
geopend; de binnenverlichting gaat
alleen uit als de portieren, waarop de ver-
lichting reageert, goed gesloten zijn;
– een niet-brandende verlichting.
Bijzonderheden
Afhankelijk van de auto, gaat bij het ont-
grendelen van de portieren met de afstands-
bediening de binnenverlichting enige tijd
branden. Met het openen van een voor- of
achterportier gaat de verlichting opnieuw
enige tijd branden.
8
Daarna gaat de verlichting in het interieur en
in de bagageruimte geleidelijk uit.
Er zijn verschillende tijdschakelingen voor
het doven van de verlichting:
– na 15 minuten als een portier open is ge-
bleven;
– na 15 seconden of, afhankelijk van de
auto, 5 minuten als alle portieren zijn ge-
sloten;
– bij het aanzetten van het contact.