6 INTERFERENTIE AFWIJZEN
Lijnfilter
De band-stop filter is in staat om zwevinginterferentie op het IF-
niveau te onderdrukken.
Het kan worden gebruikt om zwevingsruis te elimineren en zwakke
signalen te versterken of voor het controleren van de staat van het
geluid tijdens gebruik.
De band-stop filter kan worden gebruikt met de SSB, CW, FSK,
PSK en AM modi.
Lijnfilter in-/uitschakelen
1 Druk op [NCH].
Het indrukken van [NCH] wisselt elke keer de band-stop filter
tussen AAN en UIT.
• Wanneer de band-stop filter AAN is, wordt "NOTCH"
weergegeven op het scherm.
• Wanneer de band-stop filter AAN is, wordt een indicator met
het band-stop punt weergegeven in de kenmerken van de
RX-filterdoorlaatband binnen de filterscope.
2 Draai aan de [NOTCH] knop.
Pas de band-stop frequentie aan tot het punt waar de zweving
of interferentie moet worden onderdrukt.
• De band-stop punt indicator beweegt als de band-stop
frequentie verandert.
Nadat de band-stop punt in de CW-modus is ingesteld,
●
zal het wijzigen van de PITCH- en SHIFT-waarden niet
het band-stop punt dat is ingesteld voor
zwevingonderdrukking veranderen.
De bandbreedte van de lijnfilter wisselen
De bandbreedte van de stopband voor het band-stop filter kan
worden geconfigureerd op normaal, midden of breed. De
middelste en brede stopbanden zijn respectievelijk twee en drie
keer breder dan de bandbreedte van de normale stopband.
Druk op en houd [NCH] ingedrukt.
Het ingedrukt houden van [NCH] wisselt elke keer de
bandbreedte en wijzigt de display als volgt.
<<
>> (Normaal) → <<
>> (Breed)
6-8
Ruisonderdrukking
Deze zendontvanger wordt geleverd met twee types
ruisonderdrukking functies NR1 en NR2 die effectief zijn voor het
verminderen van continue ruis. Als NR1 wordt gebruikt is de
optimale methode geactiveerd, afhankelijk van de gebruikte
stand.
Ruisreductie 1 (NR1)
• In de modi SSB, FM en AM, gebruikt ruisreductie een
spectrumaftreksysteem dat de nadruk legt op de helderheid.
• In de modi CW, FSK en PSK, maakt de ruisreductie gebruik van
een LMS-filtersysteem dat het periodieke signaal benadrukt.
• Het ruisreductie effect voor NR1 kan worden aangepast.
Ruisreductie 2 (NR2)
• NR2 gebruikt een SPAC-systeem voor alle modi die het
periodieke signaal onttrekken. Dit systeem detecteert
periodieke signalen die zich in de RX-signalen bevinden,
verbindt de gedetecteerde periodieke signalen en speelt ze af
als onderdeel van de RX-audio. Voor deze reden is deze
methode effectief voor signalen met een enkele frequentie
zoals CW-signalen.
• NR2 maakt configuratie mogelijk naar de optimale RX-
omstandigheden door de auto-correlatietijd voor periodieke
signaaldetectie te variëren.
• NR2 is het meest effectief in de modus CW. (Gebruik van NR1
wordt aanbevolen voor andere modi dan CW.)
Ruisonderdrukking in-/uitschakelen
1 Druk op [NR].
Het indrukken van [NR] wisselt elke keer de optie in de
volgende volgorde: "NR1" → "NR2" → "UIT".
• Wanneer NR1 of NR2 AAN is wordt <<
>> (Midden) → <<
Zwevingssignalen worden ook onderdrukt wanneer NR1
●
wordt gebruikt in de modi SSB, FM en AM omdat
stationaire signalen onderdrukt. Dit is een theoretische
gedrag en duidt niet op een storing.
Wanneer NR2 is ingesteld op AAN in de SSB modus,
●
kan het signaalhelderheid achteruitgaan, of het pulsruis
vervormen. Dit is een theoretische gedrag en duidt niet
op een storing.
NR2 kan niet worden gebruikt in de FM-modus.
●
>> weergegeven op het scherm.
NR1 en NR2 kunnen niet tegelijkertijd worden
●
ingeschakeld.
>> of <<