8 ZENDFUNCTIES
Spraakprocessor
In de SSB modus varieert het TX-uitgangsvermogen naargelang
de luidheid van de audio van de zendende zendontvanger, welke
soms de verstaanbaarheid van de ontvangende zendontvanger
verslechtert. Een spraakprocessor kan in dit geval worden
gebruikt om signalen te comprimeren via digitale
signaalverwerking om het gemiddelde vermogen te verhogen.
Op dezelfde manier stabiliseert het gebruik van de
snelheidsprocessor in de AM- of FM-modus de modulatiegraad,
ongeacht de luidheid van de audio van de zendende
zendontvanger en helpt de verstaanbaarheid te verbeteren.
Amplitude Niveau
Spraakpro-
cessor AAN
Amplitude Niveau
Spraakpro-
cessor UIT
De spraakprocessor in-/uitschakelen
1 Druk op de modustoets om de SSB, AM of FM
modus te selecteren.
2 Druk op F [PROC].
Door op F [PROC] te drukken wisselt de spraakprocessor
tussen AAN en UIT.
• Als de spraakprocessor is ingesteld op IN, wordt "PROC
OUT:nnn" weergegeven aan de bovenkant van het scherm.
[nnn: 0 tot 100]
De spraakprocessor functioneert ook met betrekking tot
●
de audio-invoer van de ANI-aansluiting van de ACC 2-
connector of de
achterpaneel van deze zendontvanger.
Het ingangsniveau van de spraakprocessor configureren
1 Houd F [PROC] ingedrukt om het configuratiescherm
voor de spraakprocessor weer te geven
SSB/SSB-DATA/AM/AM-DATA Modus
FM/FM-DATA Modus
Door de modus op het einde van verzending naar een
●
niet-audiomodus te schakelen terwijl het
configuratiescherm van de spraakprocessor wordt
weergegeven, beëindigd het spraakprocessor
configuratiescherm.
8-4
Time
Time
(USB-B) connector op het
2 Druk op F2 [
]/F3 [
selecteren.
3 Druk op de F4 [–]/F5 [+] knop of draai de [MULTI/CH]
regelaar om het invoerniveau aan te passen.
Instellingswaarde
0 tot 50 (standaard) tot 100 (1 stap)
4 Houd F [PROC] ingedrukt of druk op [ESC] om het
proces te beëindigen.
Het invoerniveau van de spraakprocessor wordt
●
gebruikt om het invoerniveau van de gemengde audio
aan te passen tussen de audiobron invoer die is
geconfigureerd voor microfoonversterking en die is
geconfigureerd op het invoerscherm van de audiobron.
Door de modus op het einde van verzending naar een niet-
●
audiomodus te schakelen terwijl het configuratiescherm
van de spraakprocessor wordt weergegeven, beëindigd het
spraakprocessor configuratiescherm.
Het uitgangsniveau van de spraakprocessor
configureren
1 Houd F [PROC] ingedrukt om het
configuratiescherm van de spraakprocessor weer
te geven.
2 Druk op F2 [
]/F3 [
selecteren.
• "Output" verschijnt niet als de zendende zendontvanger in
de FM-modus is.
3 Druk op F4 [–]/F5 [+] of draai de [MULTI/CH] regelaar
om het uitgangsniveau aan te passen.
• Het uitgangsniveau kan ook worden aangepast door aan de
[MIC/PITCH)] regelaar te draaien.
Instellingswaarde
0 tot 50 (standaard) tot 100 (1 stap)
4 Houd F [PROC] ingedrukt of druk op [ESC] om het
proces te beëindigen.
Het configureren van de uitvoer op een niveau dat te
●
hoog is, zal vervorming veroorzaken in de TX-signalen
en verslechtert de radiogolfkwaliteit als gevolg.
Het uitvoerniveau van de spraakprocessor wordt
●
toegepast op zowel de audio-invoer van de microfoon
als de audiobron die geconfigureerd is op de audiobron
invoerscherm.
Het uitgangsniveau van de spraakprocessor staat vast
●
en kan niet worden gewijzigd in de FM-modus.
Het spraakprocessor-effect configureren
Het is mogelijk te configureren hoe de TX-signalen moeten worden
verwerkt door de spraakprocessor.
Druk op F6 [EFECT].
Het indrukken van F6 [EFECT] wisselt elke keer het effect type.
Instellingswaarde
Soft (standaard)/Hard
Hard: Plaatst prioriteit bij het verhogen van het gemiddelde
vermogen, hoewel signalen vervormd kunnen blijven.
Soft: Plaatst prioriteit op het verminderen van het niveau van
vervorming met minimaal effect op het verhogen van het
gemiddelde vermogen.
De geselecteerde spraakprocessoreffect is hetzelfde in
●
elke modus.
] om de "invoer" te
] om de "Output" te