174 Programmakenmerken
ST1: De omvormer wordt gestart in voorwaartse draairichting met AI1 (AI1 + 50% -
50%) referentie en hellingpaar 2. Status gaat over in de volgende status wanneer de
referentie bereikt wordt. Alle relais- en analoge uitgangen worden leeggemaakt.
ST2: De omvormer accelereert met AI1 + 15% (AI1 + 65% - 50%) referentie en 1,5 s
hellingtijd. Status gaat over in de volgende status wanneer de referentie bereikt
wordt. Als de referentie niet binnen 2 s bereikt is, dan gaat de status over in status 8
(foutstatus).
ST3: De omvormer decelereert met AI1 + 10% (AI1 + 60% - 50%) referentie en 0 s
1)
hellingtijd
. Status gaat over in de volgende status wanneer de referentie bereikt
wordt. Als de referentie niet binnen 0.2 s bereikt is, dan gaat de status over in
status 8 (foutstatus).
ST4: De omvormer decelereert met AI1 - 15% (AI1 + 35% -50%) referentie en 1,5 s
hellingtijd. Status gaat over in de volgende status wanneer de referentie bereikt
wordt. Als de referentie niet binnen 2 s bereikt is, dan gaat de status over in status 8
2)
(foutstatus).
ST5: De omvormer accelereert met AI1 -10% (AI1 + 40% -50%) referentie en 0 s
1)
hellingtijd
. Status gaat over in de volgende status wanneer de referentie bereikt
wordt. De waarde van de sequentie-teller wordt met 1 verhoogd. Als de sequentie-
teller aan het einde is, gaat de status over in status 7 (sequentie voltooid).
ST6: Referentie en hellingtijden van de omvormer zijn hetzelfde als in status 2. De
status van de omvormer gaat onmiddellijk over in status 2 (vertragingstijd is 0 s).
ST7 (sequentie voltooid): Omvormer stopt volgens hellingpaar 1. Digitale uitgang DO
wordt geactiveerd. Als sequentieel programmeren gedeactiveerd wordt door de
dalende helling van digitale ingang DI1, wordt de status van de machine gereset naar
status 1. Nieuwe startopdracht kan geactiveerd worden door digitale ingang DI1 of
door de digitale ingangen DI4 en DI5 (de ingangen DI4 en DI5 moeten allebei
tegelijkertijd actief zijn).
ST8 (foutstatus): Omvormer stopt volgens hellingpaar 1. Relais-uitgang RO wordt
geactiveerd. Als sequentieel programmeren gedeactiveerd wordt door de dalende
helling van digitale ingang DI1, wordt de status van de machine gereset naar status 1.
Nieuwe startopdracht kan geactiveerd worden door digitale ingang DI1 of door de
digitale ingangen DI4 en DI5 (de ingangen DI4 en DI5 moeten allebei tegelijkertijd
actief zijn).
1)
0 seconde hellingtijd = omvormer accelereert/decelereert zo snel mogelijk.
2)
Status referentie moet tussen 0...100% liggen, d.w.z. dat de geschaalde AI1-
waarde tussen 5...85% moet liggen. Als AI1 = 0, dan referentie = 0% + 35% -50%
= -15% < 0%.