Lichten
De machineverlichting moet altijd efficiënt en goed werken.
De werking van de verlichting moet iedere dag gecontro-
leerd worden. Vervang eventuele beschadigde onderde-
len van de verlichting onmiddellijk. Vervang doorgebrande
lampjes altijd meteen.
OPMERKING: Lees, voordat u onderhoud of afstellingen
gaat verrichten, eerst het hoofdstuk "Onderhoud".
LET OP: De lampjes zijn bijzonder breekbaar. Ga er voor-
zichtig mee om. De lampjes voor het dimlicht mogen niet
met blote handen worden aangeraakt.
Koplamp
De koplamp bestaat uit:
Omschrijving
Richtingaanwijzer (1)
Zijlicht vóór (2)
Dimlichten/grootlicht (3)
Ga als volgt te werk om de lampen te bereiken:
1. Zet het voertuig in de onderhoudsstand.
2. Gebruik de accu-isolatieschakelaar om de stroom-
toevoer naar het elektrische systeem af te sluiten.
3. Verwijder de voedingsconnector van het achter-
licht.
4. Verwijder de voorkant van de lamp door de schroe-
ven in de achterkap los te draaien.
Sluit de lamp door deze stappen in omgekeerde volgorde
uit te voeren, en let hierbij op dat u de afdichting in de juiste
positie plaatst.
7 - ONDERHOUD
Type
21 W
4 W
60/55 W H4
7-67
1
LEIL13TLH0217AB