Switching on lights
Zijlichten en dimlichten
Gebruik de schakelaar op het linkerpaneel (1) om de zij-
lichten aan de voor- en achterkant van het voertuig in te
schakelen.
De schakelaar heeft 3 vaste standen:
1
2
3
Dimlichten aan wordt aangegeven doordat het controle-
lampje (1) op de schakelaar aangaat.
Als de zijlichten aangaan, wordt het dashboard van het
voertuig verlicht.
LET OP: De zijlichten kunnen worden ingeschakeld met
de contactsleutel op (0), maar deze moet op (I) staan om
de dimlichten in te schakelen.
Grootlicht koplampen
Om de koplampen op grootlicht te zetten, moet de multi-
functionele hendel worden gebruikt.
• Trek de multifunctionele hendel naar het stuur tot die
klikt, om het grootlicht kortstondig in te schakelen.
Deze functie kan ook worden gebruikt als de koplam-
pen uitstaan en met de contactsleutel op (0).
• Trek de multifunctionele hendel richting het stuur tot die
een tweede keer klikt, om het grootlicht voor langere
duur in te schakelen. Het grootlicht kan alleen worden
ingeschakeld met de contactsleutel op (I) en de dimlich-
ten aan. Het controlelampje (2) op het dashboard geeft
aan dat het grootlicht aanstaat.
Als de gewenste klik eenmaal heeft geklonken, keert de
multifunctionele hendel, in beide gevallen, terug naar de
neutrale stand.
3 - BEDIENINGSELEMENTEN EN INSTRUMENTEN
Lichten uit
Zijlichten aan
Dimlichten aan
3-57
1
LEIL13TLH0168CB