AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING: Knoppen A
4
3
In- en uitschakelen van de
airconditioning
Normaal schakelt het systeem automatisch
de airconditioning in of uit, afhankelijk van
de weersomstandigheden.
Druk op de toets 17 om:
– de airconditioning handmatig activeren
(een controlelampje in de zone 14 gaat
branden);
– de airconditioning handmatig deactiveren
(het controlelampje in de zone 14 gaat
uit).
(4/5)
8
9
10
Airco
19
17
14
Uitschakelen van het systeem
Druk op de toets 19 om het systeem in of
uit te schakelen (het controlelampje voor de
werking van de toets 19 informeert u over de
staat van het systeem).
Gebruik bij voorkeur een van de automatische programma's NORMAL, SOFT of
FAST.
In de automatische stand (controlelampje van de knop 4 licht op) worden alle functies van
de airconditioning gecontroleerd door het systeem.
U kunt de selectie van het systeem nog wijzigen. In dit geval gaat het controlelampje van
de knop 4 uit.
Om terug te gaan naar de automatische werkstand, drukt u op een van de programma's
NORMAL 9, SOFT 8 of FAST10 of drukt u op de knop 4.
Achterruitverwarming
Druk op de knop 3, het ingebouwde contro-
lelampje brandt. De achterruit wordt nu snel
ontwasemd en de buitenspiegels worden
verwarmd (afhankelijk van de uitvoering).
U schakelt deze functie uit door opnieuw
op de knop 3 te drukken. De verwarming
schakelt na enige tijd automatisch uit.
3.9