INSTRUMENTEN, SCHAKELAARS EN BEDIENING
||
Wanneer het groot licht ontstoken is, brandt ook
het symbool
op het instrumentenpaneel.
Bij actieve xenonkoplampen geldt dit ook bij
gedeeltelijk groot licht, d.w.z. zodra de lichtbundel
iets sterker brandt dan het geval is bij dimlicht.
Auto met digitaal instrumentenpaneel
Wanneer AHB geactiveerd is, brandt het symbool
op het informatiedisplay van het instru-
mentenpaneel wit.
Als het groot licht ontstoken is, brandt het sym-
bool blauw. Bij actieve xenonkoplampen geldt dit
ook bij gedeeltelijk groot licht, d.w.z. zodra de
lichtbundel iets sterker brandt dan het geval is bij
dimlicht.
Handmatige bediening
N.B.
Houd de voorruit in het gebied vóór de came-
rasensor vrij van ijs, sneeuw, condens en vuil.
Plak of monteer niets op de voorruit vóór de
camerasensor, aangezien één of meer came-
ra's voor het systeem hierdoor slechter of niet
meer werken.
Als de melding
Actief groot licht Tijdelijk niet
beschikbaar Schakel handmatig
matiedisplay van het instrumentenpaneel ver-
schijnt, moet u handmatig tussen groot licht en
dimlicht schakelen. De verlichtingsdraaiknop kan
100
echter in stand
geldt, als de melding
afgedekt Zie instructieboek
verschijnen. Het symbool
wanneer deze melding verschijnt.
AHB is mogelijk tijdelijk niet beschikbaar, zoals in
dichte mist of bij zware regenval. Wanneer AHB
weer beschikbaar is of als de voorruitsensoren
niet langer geblokkeerd zijn, verdwijnt de melding
en gaat het symbool
WAARSCHUWING
AHB is een systeem dat u helpt om in ongun-
stige omstandigheden de optimale verlichting
te kiezen.
Als bestuurder bent u echter altijd verplicht
om handmatig te wisselen tussen groot licht
en dimlicht, als dat gezien de verkeerssituatie
en/of weersgesteldheid vereist is.
op het infor-
blijven staan. Hetzelfde
Voorruitsensoren
en het symbool
dooft,
branden.
BELANGRIJK
Voorbeelden van situaties waarin u mogelijk
moet wisselen tussen groot licht en dimlicht:
•
in zware regen of dichte mist
•
bij ijsregen
•
bij stuifsneeuw of sneeuwmodder
•
bij maanlicht
•
bij ritten in zwak verlichte bebouwde
gebieden
•
bij voorliggers met een zwakke voertuig-
verlichting
•
bij voetgangers op of naast de weg
•
bij sterk reflecterende voorwerpen zoals
borden in de buurt van de weg
•
als de verlichting van tegenliggers schuil-
gaat achter bijvoorbeeld vangrails
•
bij verkeer op verbindingswegen
•
op het hoogste punt van heuvels en het
laagste punt van dalen
•
in scherpe bochten.
Zie voor meer informatie over de beperkingen
van de camerasensor, zie Collision Warning* -
beperkingen van de camerasensor (p. 247).
Gerelateerde informatie
•
Groot licht/dimlicht (p. 98)
•
Bedieningspaneel verlichting (p. 94)
* Optie/accessoire, zie Inleiding voor meer informatie.