INSTRUMENTEN, SCHAKELAARS EN BEDIENING
||
tegen overbelasting worden opgeheven. U doet
dat door de bedieningsknop naar voren te duwen
of in te drukken en in deze stand vast te houden,
totdat het glazen dak dicht is.
Gerelateerde informatie
•
Transpondersleutel - functies (p. 176)
•
Vergrendelen/ontgrendelen - van de binnen-
zijde (p. 187)
118
Menufuncties - instrumentenpaneel
Met de linker stuurhendel bedient u de menu's
(p. 119) die op het informatiedisplay van het
instrumentenpaneel (p. 70) verschijnen. Welke
menu's er verschijnen hangt af van de sleutel-
stand (p. 86).
Display (analoog instrumentenpaneel) en bedienings-
knoppen voor menufuncties.
Display (digitaal instrumentenpaneel) en bedienings-
knoppen voor menufuncties.
OK – meldingenlijst openen en meldingen
bevestigen.
Duimwiel – menu-opties doorbladeren.
RESET – geactiveerde functie op nul stellen.
Wordt in bepaalde gevallen gebruikt om een
functie te selecteren/activeren (zie de uitleg
bij de verschillende functies).
Een eventuele melding, (p. 119) moet u eerst
bevestigen met de knop OK, voordat u de menu's
kunt bekijken.
Gerelateerde informatie
•
Meldingen - functies (p. 121)