Rijmodus voor rijhulp
U kunt aangeven op welke manier de rijhulp-
systemen een bepaalde afstand tot voorlig-
gers moeten aanhouden.
U maakt een keuze via de rijmodusknop
DRIVE MODE.
Kies een van de volgende alternatieven:
Eco
– De rijhulpsystemen streven naar
•
een zo gering mogelijk brandstofverbruik
wat grotere tijdsverschillen ten opzichte
van voorliggers betekent.
Comfort
– De rijhulpsystemen streven
•
naar een zo soepel mogelijke aanpassing
aan de rijsnelheid van voorliggers.
Dynamic
* – De rijhulpsystemen streven
•
naar een directere vorm van aanpassing
aan het ingestelde tijdsverschil ten
opzichte van voorliggers, wat in bepaalde
gevallen krachtiger acceleraties/remma-
noeuvres kan betekenen.
Gerelateerde informatie
Rijhulpsystemen (p. 274)
•
Rijmodi* (p. 428)
•
Tijdsverschil ten opzichte van voorliggers
•
instellen (p. 314)
63
Alleen bij gebruik van de linker richtingaanwijzers bij een auto met het stuur links of de rechter richtingaanwijzers bij een auto met het stuur rechts.
Inhaalassistent
De inhaalassistent kan u helpen bij het inha-
len van andere voertuigen. De functie is te
gebruiken in combinatie met de adaptieve
cruisecontrol* of de Pilot Assist*.
Hoe de inhaalassistent werkt
Als de adaptieve cruisecontrol of de Pilot
Assist een ander voertuig volgt en u geeft met
de richtingaanwijzer
63
te kennen dat u wilt
inhalen, dan helpen de systemen u door naar
de voorligger te accelereren voordat uw auto
de inhaalstrook heeft bereikt.
De functie vertraagt daarna de snelheidsverla-
ging om te vroeg afremmen te voorkomen als
de auto een langzamer voertuig nadert.
De functie is actief totdat u het ingehaalde
voertuig bent gepasseerd.
WAARSCHUWING
Let erop dat dit systeem mogelijk in meer
situaties wordt geactiveerd dan tijdens het
inhalen, zoals bij het gebruik van de rich-
tingaanwijzers om aan te geven dat u van
rijbaan wilt wisselen of wilt afslaan – de
auto accelereert dan kort.
BESTUURDERSONDERSTEUNING
WAARSCHUWING
De functie is een systeem voor aanvul-
•
lende rijhulp om de bestuurder te ont-
lasten en de rijveiligheid te verhogen,
maar het systeem werkt niet in alle ver-
keers-, weers- en wegomstandighe-
den.
U wordt geadviseerd om alle paragra-
•
fen over het systeem in de gebruikers-
handleiding door te nemen en bijvoor-
beeld te lezen over de beperkingen die
u moet kennen voordat u het systeem
gebruikt.
De rijhulpsystemen ontslaan u niet van
•
de plicht om alert en adequaat te rea-
geren, zodat u de auto altijd op een vei-
lige manier moet blijven besturen, met
inachtneming van een passende snel-
heid en geschikte afstand tot andere
weggebruikers en met respect voor de
geldende verkeersregels en -bepalin-
gen.
Gerelateerde informatie
Rijhulpsystemen (p. 274)
•
Inhaalassistent gebruiken (p. 318)
•
Adaptieve cruisecontrol* (p. 292)
•
Pilot Assist* (p. 302)
•
317
* Optie/accessoire.