Rijden met een reservewiel
WAARSCHUWING
Zorg dat u tijdens het wegslepen niet
sneller rijdt dan 80 km/h. Bij hogere snel-
heden kunnen de banden oververhit
raken en verslechteren de rijeigenschap-
pen van de auto.
Zorg dat u een bandenspanning aan-
houdt van 4,2 bar (60 psi).
Let bij het gebruik van een thuiskomer op
het volgende:
• Rijd niet langer met de thuiskomer dan
strikt noodzakelijk is. U mag maximaal ca.
3500 km met het reservewiel rijden.
• Vervang het reservewiel bij de eerste de
beste gelegenheid door een standaard-
wiel.
Niet vergeten bij het gebruik van een thuis-
komer:
• De bodemspeling van de auto is kleiner
dan normaal.
• Het gebruik van meer dan één thuiskomer
is niet toegestaan.
• Zorg dat u niet met de thuiskomer tegen
de trottoirbanden aan rijdt.
• Het gebruik van sneeuwkettingen is niet
toegestaan.
• Plaats geen wieldop op de thuiskomer
terug om te zorgen dat de waarschu-
wingstekst duidelijk zichtbaar blijft.
Als uw auto is uitgerust met cruisecontrol
kunt de functie "Snelheidswaarschuwing"
activeren, omdat u met een reservewiel niet
sneller mag rijden dan 80 km/h.
Bandenreparatieset 3
Op sommige markten is het reservewiel ver-
vangen door een bandenreparatieset. Met
deze reparatieset kunt u een lekke band tij-
delijk herstellen en oppompen zonder het
wiel daarvoor te hoeven demonteren
(zie blz. 259).
Onderhoud van de auto
Gevarendriehoek 3
Berg de gevarendriehoek rechts achter in
de bagageruimte op.
Om bij een volgeladen bagageruimte de
gevarendriehoek gemakkelijker te kunnen
pakken, kunt u het smalle ruggedeelte van
de achterbank vooroverklappen en de
gevarendriehoek door de opening in de
achterbank verwijderen. Ruggedeelte ach-
terbank neerklappen, Sport Sedan
(zie blz. 138).
255