Lichtbundel instellen op links- of
rechtshoudend verkeer (zie blz. 203).
Snelweglichtregeling
Bij rijsnelheden vanaf ca. 110 km/h worden
de koplampen iets naar boven toe gekan-
teld voor een langere lichtbundel. Wanneer
de snelheid tot ca. 100 km/h daalt, nemen
de koplampen de normale stand weer in.
Mistachterlicht
Het mistachterlicht gaat branden, wanneer
u de knop op het dashboard indrukt en de
koplampen of de voorste mistlichten zijn
ingeschakeld.
Het mistachterlicht wordt automatisch uit-
geschakeld bij het afzetten van de motor.
Als u de motor vervolgens opnieuw start,
gaat het mistachterlicht pas weer branden
wanneer u de schakelaar voor het mistach-
terlicht nogmaals indrukt. Als u de motor
minder dan 30 seconden lang afzet, wordt
het mistachterlicht bij het starten van de
motor echter opnieuw ontstoken.
Instrumenten en bediening
Het mistachterlicht bestaat uit één (1) gloei-
lamp. Bij auto's bestemd voor landen met
rechtshoudend verkeer zit het mistachter-
licht links en bij auto's voor landen met links-
houdend verkeer rechts.
Informeer naar de voorschriften voor het
gebruik van het mistachterlicht.
WAARSCHUWING
Bij slecht zicht moet u niet op de achter-
lichten rijden van de auto die voor u rijdt.
Het gevaar bestaat dat u dan te dicht op
de auto rijdt. Bij plotseling remmen kan dit
ongelukken met verwondingen tot gevolg
hebben.
105