De auto tot stilstand brengen door het rem‐
#
pedaal in te drukken.
Op hellingen de voorwielen zo draaien dat de
#
auto in de richting van de stoeprand rolt als
deze in beweging komt.
De elektrische parkeerrem inschakelen.
#
Bij stilstaande auto en ingedrukt rempedaal
#
de transmissiestand j inschakelen
(
pagina 122).
/
De motor en het contact uitschakelen door
#
de toets
1
in te drukken.
De bedrijfsrem langzaam loslaten.
#
Uitstappen en de auto vergrendelen.
#
Garagedeurbediening
Toetsen van de garagedeurbediening pro‐
grammeren
& GEVAAR Levensgevaar door uitlaatgas‐
sen
Verbrandingsmotoren stoten giftige uitlaat‐
gassen, bijvoorbeeld koolmonoxide, uit. Het
inademen van deze uitlaatgassen is schade‐
lijk voor de gezondheid en leidt tot vergifti‐
ging.
De motor en de eventueel aanwezige
#
standverwarming nooit in een gesloten
Rijden en parkeren 129
ruimte zonder voldoende ventilatie laten
draaien.
& WAARSCHUWING Gevaar voor letsel bij
het openen of sluiten van een garage‐
deur met de garagedeurbediening
Wanneer de garagedeur met de geïnte‐
greerde garagedeurbediening wordt bediend
of geprogrammeerd, kunnen personen in het
bewegingsgebied van de garagedeur worden
ingeklemd of worden geraakt.
Altijd opletten dat zich niemand in het
#
bewegingsgebied van de garagedeur
bevindt.
Voorwaarden
De auto is buiten de garage respectievelijk
R
buiten het zwenkbereik van de garagedeur
geparkeerd.
De motor is afgezet.
R
Het contact is ingeschakeld.
R
%
De garagedeuropeningsfunctie is altijd
mogelijk bij ingeschakeld contact.