184
Rijden en bediening
Om de handrem los te zetten, de
handremhendel iets optillen, de ont‐
grendelingsknop indrukken en de
hendel helemaal omlaagzetten.
Om minder kracht te hoeven uitoefe‐
nen bij het aantrekken van de hand‐
rem, tegelijkertijd het rempedaal in‐
trappen.
Controlelamp 4 3 79.
Remassistentie
Bij het snel en krachtig intrappen van
het rempedaal wordt automatisch met
de maximale remkracht (noodstop)
geremd.
De druk op het rempedaal niet ver‐
minderen, zolang er maximaal ge‐
remd moet worden. Bij het loslaten
van het rempedaal wordt de rem‐
kracht automatisch verminderd.
Hellingrem
Het systeem helpt te voorkomen dat
de auto achteruitrolt wanneer op een
heuvel wordt weggereden.
Wanneer het gaspedaal wordt inge‐
drukt nadat het rempedaal op een
heuvel is losgelaten, blijven de rem‐
men ca. 2 seconden geactiveerd.
Rijregelsystemen
Traction Control
De Traction Control (TCS) verhoogt
zo nodig de rijstabiliteit, ongeacht het
type wegdek of de grip van de ban‐
den, door te voorkomen dat de aan‐
gedreven wielen doorslaan.
Zodra de aandrijfwielen beginnen
door te slaan, wordt het motorvermo‐
gen verminderd en wordt het wiel met
de meeste slip afzonderlijk afgeremd.
Daardoor wordt de rijstabiliteit van de
auto op een glad wegdek aanmerke‐
lijk verbeterd.
TCS schakelt in zodra het contact
wordt aangezet.
9 Waarschuwing
Laat u door dit speciale veilig‐
heidssysteem niet verleiden tot
een roekeloze rijstijl.
Snelheid aan de staat van het
wegdek aanpassen.