Problemen oplossen
De camera schakelt zichzelf uit.
De functie voor automatisch uitschakelen is geactiveerd. Als u niet
wilt dat de camera zichzelf uitschakelt, stelt u [5 Uitschakelen] in
op [Uit].
Opnamegerelateerde problemen
Het objectief kan niet worden bevestigd.
De camera kan niet worden gebruikt in combinatie met EF-S-
objectieven (pag. 39).
De kaart kan niet worden gebruikt.
Zie pagina 38 of 256 als er een kaartfout wordt weergegeven.
Er kunnen geen opnamen worden gemaakt of opgeslagen.
De kaart is niet correct geplaatst (pag. 36).
Zet het schuifje voor schijfbeveiliging omhoog (pag. 36) als u
gebruikmaakt van een SD-kaart.
Vervang de kaart als deze vol is of wis overbodige opnamen om ruimte
vrij te maken (pag. 36 en 179).
Als u probeert om scherp te stellen in de modus 1-beeld AF terwijl het
focusbevestigingslampje <o> in de zoeker knippert, kan er geen foto
worden gemaakt. Druk de ontspanknop nogmaals half in om scherp te
stellen of stel handmatig scherp (pag. 41, 95 en 100).
De opname is niet scherp.
Stel de focusinstellingsknop op het objectief in op <AF> (pag. 39).
Houd de camera stil en druk voorzichtig op de ontspanknop om
bewegingsonscherpte te voorkomen (pag. 40 en 41).
Als het objectief een Image Stabilizer (beeldstabilisatie) heeft,
stelt u de IS-schakelaar in op <1>.
250