6. Zich ervan vergewissen dat de uitrustingen vol-
doende hoog zjin geheven om contact met de
grond of de trekker te vermijden.
7. Als de uitrustingen niet voldoende hoog kunnen
worden geheven om bovengenoemde proble-
men te vermijden, moeten ze worden gedemon-
teerd.
(4WS)
!
LET OP
Bij het slepen moet de sturingsmodus "Weg" (1)
worden geselecteerd.
Als de motor niet draait, is er veel meer kracht
nodig om het stuur te draaien.
!
LET OP
Slepen is een moeilijke operatie welke altijd uitge-
voerd wordt op risico van de gebruiker. De fabrieks
garantie dekt niet de schade of ongevallen welke
veroorzaakt zijn tijdens het slepen. Indien mogelijk,
verricht reperatie werkzaamheden ter plekke.
!
LET OP
De machine dient heel langzaam gesleept te wor-
den (8 km/h maximaal), over een korte afstand en
alleen indien dit echt noodzakelijk is.
!
LET OP
Voor het slepen van de machine moet verplicht een
sleepstang worden gebruikt.
!
LET OP
Bij het slepen moet alleen de bestuurder zich op de
machine bevinden. Verzeker u ervan dat er nie-
mand zich op de machine of in het bereik van de
machine bevindt.
5-40
SECTIE 5 - BEDIENINGSINSTRUKTIES
!
!
!
!
!
62
63