RUITENWISSERBLADEN
Vervangen van de
ruitenwisserbladen 2
Contact aan, stilstaande motor, zet de rui-
tenwisserschakelaar 1 omlaag in stand D;
de ruitenwisserarmen 3 stoppen op enige
afstand van de motorkap.
Trek de ruitenwisserarm omhoog 3, druk
tegen het lipje 4 (beweging E), beweeg het
ruitenwisserblad in de richting F nadat u
deze van de arm gescheiden hebt.
2
1
A
B
C
D
Terugplaatsen
Monteer het ruitenwisserblad in omge-
keerde volgorde van losmaken. Controleer
of het blad goed is vergrendeld.
Zet de ruitenwisserschakelaar 1 in de rust-
stand A.
Trek de ruitenwisserarm niet omhoog als
deze niet op een afstand van de motor-
kap is gestopt.
Als u er kracht op zet, kunnen de arm en
de motorkap beschadigen.
E
F
3
4
Let op de staat van de ruitenwisserbla-
den. Hun levensduur hangt van u af:
– Reinig de bladen en de voorruit regel-
matig met water en zeepsop.
– gebruik ze niet op een droge voorruit;
– maak ze los van de voorruit als ze
lange tijd niet zijn gebruikt.
– controleer als het vriest,
voordat u wegrijdt, of de ruiten-
wisserbladen niet aan de ruit
zijn vastgevroren. De wisser-
motor kan hierdoor te warm worden.
– Controleer regelmatig de wisserbla-
den.
Zodra hun werking afneemt moet u
ze vervangen, ongeveer eens per
jaar.
Bij het vervangen van het blad, let bij het
verwijderen van het blad op, dat u hem
niet op de ruit laat vallen: u zou de ruit
kunnen breken.
5.31