THERMOSTATISCHE AIRCONDITIONING
1
Regeling van de temperatuur
Draai de schakelaar 1 om de temperatuur
aan bestuurderskant te regelen en de scha-
kelaar6 voor de passagierskant.
Bijzonderheid: ingesteld op de uiterste
waarden zorgt het systeem voor een maxi-
male productie van warme of koude lucht
(weergave "HI" en "LO" op het display 17).
Sommige knoppen hebben een contro-
lelampje dat de staat van de knop aan-
geeft.
(2/6)
6
17
A
Regeling van de temperatuur
achterin vanaf de voorkant
(naargelang de auto)
Druk op de knop 9: de ingestelde tempera-
tuur achter knippert op het display A. Draai
de knop 6.
Uitschakelen van de gescheiden
regeling van de luchttemperatuur
(multizone)
Druk op de toets 7: het ingebouwde con-
trolelampje licht op. De temperatuur van de
lucht aan de kant van de passagiersstoelen
linksvoor, rechtsvoor en achterin is hetzelfde
als die van de lucht aan de kant van de be-
stuurdersstoel. Draai knop 1 om de tempe-
ratuur voor de voor- en achterstoelen in te
stellen.
7
9
18
Regeling van de temperatuur
achterin vanaf de achterkant
(naargelang de auto)
Draai knop 18 om de temperatuur voor de
achterstoelen onafhankelijk voor elke stoel
in te stellen.
3.7