HULP- EN CORRECTIESYSTEMEN TIJDENS HET RIJDEN
Naargelang de auto zijn dit:
–
ABS (antiblokkeersysteem van de
wielen);
– de noodstopbekrachtiging met, naar-
gelang de auto, remanticipatie;
– elektronisch stabiliteitsprogramma
ESC met onderstuurcontrole en trac-
tiecontrole ASR
Deze functies vormen een on-
dersteuning in kritieke situa-
ties. Zij helpen het rijgedrag
van de auto aan te passen aan
de rij-omstandigheden.
Deze functies nemen niet de taak van
de bestuurder over. De limieten van
de auto kunnen niet overschreden
worden en er is dan ook geen reden
om harder te gaan rijden. Zij kunnen
in geen geval de oplettendheid of de
verantwoordelijkheid van de bestuurder
overnemen (de bestuurder moet altijd
alert zijn op plotselinge gebeurtenissen
die zich tijdens het rijden kunnen voor-
doen).
2.26
ABS (antiblokkeersysteem van
de wielen)
Bij krachtig remmen, voorkomt het ABS
het blokkeren van de wielen, waardoor de
remweg beheersbaar en de auto bestuur-
baar blijft.
In deze situatie zijn uitwijkmanoeuvres tij-
dens het remmen mogelijk. Bovendien ver-
betert dit systeem de remweg, met name op
een weg met weinig grip (natte weg, enz.).
U voelt het in werking komen van het sys-
teem aan het trillen van het rempedaal. Het
ABS kan echter nooit de natuurkundige ei-
genschappen van de grip tussen de banden
en het wegdek verbeteren. Blijf altijd de ge-
bruikelijke voorzichtigheid in acht houden
(afstand bewaren, enz.).
(1/4)
Bij krachtig remmen kunt u het rem-
pedaal diep ingedrukt houden. Het is
niet nodig "pompend" te remmen. Het
ABS regelt de kracht in het remsysteem.