RIJONDERSTEUNING
||
Lage aanhangers
Lage aanhanger in radarschaduw.
Ook lage aanhangers ontdekt de radarsensor
soms alleen met grote moeite of helemaal niet -
u moet daarom extra voorzichtig zijn als er een
lage aanhanger achter de voorligger hangt en de
adaptieve cruisecontrol of Pilot Assist actief is.
Hoge temperaturen
Bij zeer hoge temperaturen in het interieur zal de
gecombineerde camera en radarsensor na het
starten van de motor mogelijk tijdelijk worden uit-
geschakeld gedurende zo'n 15 minuten om de
elektronica te beschermen. Als de temperatuur
voldoende gedaald is, wordt de gecombineerde
camera en radarsensor automatisch weer opge-
start.
Beschadigde voorruit
332
BELANGRIJK
Als het voorruitoppervlak vóór een van beide
"ogen" van de gecombineerde camera en
radarsensor barsten, krassen of steenslag-
schade vertoont van ca. 0,5 × 3,0 mm (of gro-
ter), neem dan contact op met een werkplaats
om de voorruit te laten vervangen. Geadvi-
seerd wordt een erkende Volvo-werkplaats.
Als u niets doet, presteren de rijhulpsystemen
die gebruik maken van de gecombineerde
camera en radarsensor mogelijk minder goed.
Dit kan er tevens toe leiden dat functies wor-
den gereduceerd, volledig worden uitgescha-
keld of niet goed reageren.
Om te voorkomen dat de rijhulpsystemen die
van de radarsensor gebruik maken, helemaal
niet, onjuist of in beperkte mate werken, geldt
tevens het volgende:
•
Volvo adviseert u scheurtjes, krassen of
sterren in het gebied vóór de gecombi-
neerde camera en radarsensor niet te
repareren, maar de complete voorruit te
vervangen.
•
Neem alvorens de voorruit te laten ver-
vangen contact op met een erkende
Volvo-werkplaats om te controleren of de
juiste voorruit wordt besteld en gemon-
teerd.
•
Monteer bij vervanging van de ruitenwis-
sers hetzelfde type of een ander type,
door Volvo goedgekeurde ruitenwissers.
BELANGRIJK
Bij het vervangen van de voorruit moet de
camera- en radareenheid in de werkplaats
opnieuw worden gekalibreerd om de werking
van alle op de camera en radar gebaseerde
systemen van de auto te garanderen. Geadvi-
seerd wordt een erkende Volvo-werkplaats.
Onderhoud
De gecombineerde radarsensor en camera werkt
alleen naar behoren wanneer u vuil, ijs en
sneeuw van de voorruit ervoor verwijdert en u dit
deel regelmatig reinigt met water en autosham-
poo.
N.B.
Als vuil, ijs en sneeuw de camera- en radar-
eenheid bedekken, neemt de functie af en
kan meten onmogelijk worden gemaakt.
Dit kan er tevens toe leiden dat functies wor-
den gereduceerd, volledig worden uitgescha-
keld of niet goed reageren.