VERWISSELEN VAN EEN WIEL
1
Zet de auto stil op een hori-
zontale en stevige onder-
grond (leg indien nodig een
stevige plank onder de
krik), schakel de alarmknipperlich-
ten in en plaats de gevarendrie-
hoek.
Trek de handrem aan en schakel
een versnelling in (1e of achteruit,
of P bij een automatische transmis-
sie).
Laat alle inzittenden uitstappen en
houd hen op veilige afstand van het
verkeer.
2
• Verwijder de wieldop (indien van
toepassing).
• Draai de wielbouten iets los met
de wielmoersleutel 1. Plaats deze
zo dat u deze naar beneden moet
drukken.
• Breng de krik horizontaal op zijn
plaats, de kop van de krik moet bij
de metalen steun 2 komen in de
onderrand van de carrosserie en
zo dicht mogelijk bij het te verwij-
deren wiel.
• Draai nu de krik met de hand om-
hoog zodat u de voet van de krik
vlak op de grond kunt zetten, iets
binnen de rand van de carrosse-
rie. Bij een zachte ondergrond
moet u een plankje onder de voet
plaatsen.
• Draai de zwengel een paar slagen
zodat het wiel vrijkomt van de
grond.
• Verwijder de wielbouten.
• Verwijder het wiel.
• Plaats het reservewiel op de naaf
en draai het wiel rond tot de gaten
voor de wielbouten samenvallen.
• Monteer de bouten, draai ze aan
en laat de krik zakken.
• Als de auto weer op zijn wielen
rust, trekt u de bouten goed vast.
Als u merkt dat een band
lek is moet u direct stop-
pen en het reservewiel
monteren.
Een lekke band moet zo snel mo-
gelijk worden gerepareerd en
vóór terugplaatsing door een des-
kundige worden onderzocht.
5.05