THERMOSTATISCHE AIRCONDITIONING
Aan- / uitzetten van de aircondi-
tioning
Normaal schakelt het systeem au-
tomatisch de airconditioning in of
uit, afhankelijk van de weersom-
standigheden.
Als u op de toets 11 drukt schakelt u
de automatische werking uit, het
lampje in de toets 1 dooft.
Toets 11 zorgt voor het inschakelen
(controlelampje brandt) of het uit-
schakelen (controlelampje is uit)
van de airconditioning.
N.B.: met het inschakelen van de
voorruitverwarming komt de air-
conditioning automatisch in wer-
king (controlelampje brandt). Om
de automatische stand weer in te
schakelen, drukt u op toets 1.
(vervolg)
1
Wijzigen van de ventilateur-
snelheid
Normaal zorgt het systeem automa-
tisch voor de juiste ventilateursnel-
heid om de ingestelde temperatuur
te bereiken en te handhaven.
Door op de boven- of onderkant van
toets 8 te drukken, schakelt u de au-
tomatische stand uit (het controle-
lampje van toets AUTO 1 gaat uit).
U kunt met deze toets de ventilateur
sneller en langzamer laten draaien.
11
8
Bij een lage buitentemperatuur zal
het systeem direct na het starten
niet meteen in werking komen om
te voorkomen dat er koude lucht
naar binnen komt. Pas als het koel-
systeem van de motor de lucht kan
verwarmen, zal het systeem gelei-
delijk in werking komen. Deze op-
warmfase kan variëren van enkele
secondes tot een paar minuten.
3.17