Programma rechtstreeks wijzigen
In Reset-toestand heeft u de mogelijkheid het huidige programma rechtstreeks te wijzigen.
Zie ook
Programma corrigeren (Pagina 132)
Instellingen voor automatische modus (Pagina 181)
2.4.6
Bediening via softkeys en toetsen
Bedieningsbereiken / Bedrijfsmodi
De interface bestaat uit verschillende vensters waarin telkens 8 horizontale en 8 verticale
softkeys aanwezig zijn.
De softkeys kunt u bedienen via de toetsen die zich naast de softkeys bevinden.
Door middel van de softkeys kunt u telkens een nieuw venster activeren of functies uitvoeren.
De bedieningssoftware kan worden onderverdeeld in 6 bedieningsbereiken (Machine,
Parameters, Programma, Programma-manager, Diagnose, Inbedrijfstelling) en in 5
bedrijfsmodi of subbedrijfsmodi (JOG, MDA, AUTO, TEACH IN, REF POINT, REPOS).
Bedieningsbereik omschakelen
Het bedieningsbereik "Machine" kan rechtstreeks via de toets op het bedieningspaneel worden
opgeroepen.
Universal
Bedieningshandboek, 08/2018, 6FC5398-6AP41-0JA0
1.
Druk op de toets <INSERT>.
2.
Plaats de cursor op de juiste positie en wijzig het programmablok.
Rechtstreeks wijzigen is alleen mogelijk voor G-codeblokken in het NC-
geheugen, niet voor afloop van extern.
3.
Druk op de toets <INSERT> om het programma en de Edit-modus op‐
nieuw te verlaten.
Druk op de toets <MENU SELECT> en selecteer op de horizontale softkeybalk
het gewenste bedieningsbereik.
Druk op de toets <MACHINE> om het bedieningsbereik "Machine" te selecteren.
Inleiding
2.4 Interface
43