Werking
Wegverkeer
Verdere verplichingen bij de werking van de machine:
Bij het rijden op de openbare weg moeten de gele zwaailichten worden aangescha-
keld, ongeacht het tijdstip van de dag.
Voor het rijden op de openbare straten en wegen moet de machine in die mate gerei-
nigd worden tot:
Als zelfrijdende werkmachine met een topsnelheid van max. 40 km/u – 32 km/u of
25 km/u, is een toelating op de weg en een nummerplaat voor de machine verplicht.
Daarnaast moet het voertuig door de voertuigeigenaar in overeenstemming met de
regionale voorschriften worden verzekerd tegen schade.
De volgende verplichtingen moeten altijd worden nagekomen:
166 / 496
het totale gewicht niet overschreden wordt,
alle waarschuwingsborden duidelijk herkenbaar zijn,
alle knipperlichten en inrichtingen voor de verlichting schoon en functioneel zijn.
Er moet altijd gebruik worden gemaakt van een veiligheidsman, die de bestuurder
van het voertuig instructies geeft die nodig zijn voor het veilige besturen van het
voertuig, omdat het veilige besturen van het voertuig anders (bv. op kruispunten en
straatversmallingen, tijdens het parkeren of bij de heersende weersomstandighe-
den) niet gegarandeerd is.
De achterwielbesturing mag alleen kort worden ingeschakeld om scherpe bochten
te nemen bij lage rijsnelheid.
Als bestuurder en begeleidend personeel (veiligheidsman) komen uitsluitend erva-
ren en betrouwbare personen met kennis van de regio in aanmerking.
Het voertuig mag op openbare straten en wegen alleen worden verplaatst door
bestuurders die in het bezit zijn van een vereist en geldig rijvaardigheidsbewijs (rij-
bewijs). De bestuurder moet naast een geldig rijbewijs de algemene typegoedkeu-
ring van de machine, alsook de voorhanden en geldige uitzonderingsregeling in ori-
gineel bij de hand hebben.
Waarschuwingsvesten, een verbandkist en een gevarendriehoek moeten steeds
binnen handbereik worden meevervoerd.
Op het platform voor de bestuurderscabine mogen geen personen worden meever-
voerd.
De voertuigeigenaar of zijn vertegenwoordiger moet elke bestuurder vóór de start
van een werkperiode uitgebreid instructies geven over zijn bijzondere verplichting
met betrekking tot de verkeersveilige besturing van het voertuig. De instructie moet
door de bestuurders worden bevestigd met een handtekening. De voertuigeige-
naar moet de bevestigingen ten minste één jaar bewaren. Een formulier voor deze
instructie vindt u in hoofdstuk 9
lier te kopiëren alvorens het in te vullen.
Zoals reeds aangehaald kunnen de regionaal bevoegde wegeninstanties aanvul-
lende voorwaarden vastleggen, die afwijken van de bestaande bepalingen. Het is
uitsluitend de verantwoordelijkheid van voertuigeigenaars en bestuurders om zich
te informeren over deze bepalingen en deze na te leven.
Als op een later tijdstip componenten of functies van het voertuig worden gewij-
zigd, en als voor de aard en/of het verloop bepaalde voorschriften gelden, vervalt
de "algemene typegoedkeuring" en moet een nieuwe "algemene typegoedkeuring"
worden aangevraagd bij de respectievelijke plaatselijke overheidsdienst.
(Zie Pagina
485). ROPA raadt aan om het formu-