72
Menu
Aangepaste opname
Digitaal filter
4
A1
Autom. lichtmeting
ND-filter
Onderdeel
*1
*1
*1
Verhoudingen
*1
Bestandsindeling
*1
JPEG-resolutie
JPEG
*1
kwaliteitsniveau
Kleurruimte
*1
Focusmethode
*1
Autofocusstand
MF-hulp
Scherpe contouren
*1
*1
Functie
Stelt de afwerking van de opname
in met betrekking tot bijvoorbeeld
kleur en contrast voordat
de opname wordt gemaakt.
Past een digitaal filtereffect toe
bij het maken van opnamen.
Stelt de horizontale en verticale
verhouding van opnamen in.
Stelt de bestandsindeling in.
Stelt de opnamegrootte in van
opnamen die worden opgeslagen
in de JPEG-indeling.
Stelt de kwaliteit in van opnamen
die worden opgeslagen
in de JPEG-indeling.
Stelt de te gebruiken
kleurruimte in.
Selecteert de autofocusstand
of handmatige focusstand.
Selecteert de autofocusmethode
in stand =.
Vergroot de weergave op de
monitor tijdens handmatige focus
en maakt het scherp stellen
op het onderwerp eenvoudiger.
Benadrukt de omtrek van het
onderwerp waarop u scherpstelt
en maakt het gemakkelijker om
de scherpstelling te controleren.
Selecteert het gedeelte van de
sensor dat moet worden gebruikt
voor lichtmeting en het bepalen
van de belichting.
Instellen of de ND Filter die
in het objectief ingebouwd is,
gebruikt wordt.
Pagina
p.145
p.149
p.134
p.98
p.99
p.105
p.106
p.95
p.163