106
4
Druk twee keer op de knop 3.
De functie MF-hulp wordt ingesteld en de camera is gereed
voor het maken van een opname.
5
Draai de scherpstelring, of druk op de knop 4.
De opname op de monitor wordt vergroot.
6
Controleer of het onderwerp
is scherp gesteld.
4
Beschikbare bewerkingen
E-knop naar rechts (y)
E-knop naar links (f)
Vierwegbesturing (2345)
4-knop
De camera keert terug naar normale weergave indien er op een andere
knop dan op de vierwegbesturing (2345) gedrukt wordt,
of na 30 seconden inactiviteit.
Als [Scherpe contouren] is ingesteld op [Aan] bij [Focusinstellingen] in het
menu [A Opnamemodus 1], dan wordt de omtrek van het scherp gestelde
onderwerp benadrukt waardoor het eenvoudiger is om de scherpstelling te
controleren. Als u overschakelt naar de stand = nadat Scherpe contouren is
geactiveerd in de stand \, dan werkt Scherpe contouren ook in de stand =.
Vergroot de opname (tot maximaal 4 keer).
Verkleint de opname (tot maximaal 1 keer).
Wijzigt het gebied dat wordt weergegeven.
Verplaatst het weergavegebied naar
het midden.
x2 x2