146
1
Druk op de knop M in opnamemodus.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om [Aangepaste
opname] te selecteren, en druk op de knop 4.
Het instelscherm voor aangepaste opname verschijnt.
Op de achtergrond wordt de opname getoond die het laatst
werd gemaakt nadat de camera werd ingeschakeld.
3
Selecteer met de vierwegbesturing
(2345) een afwerking
voor de opname.
U kunt het effect van de geselecteerde
aangepaste opname met het
5
achtergrondbeeld controleren.
Ga verder naar stap 8 als u geen
parameters wilt wijzigen.
4
Druk op de knop mc.
Het scherm voor selectie van een parameter verschijnt.
5
Gebruik de vierwegbesturing (23)
om een parameter te kiezen die
u wilt wijzigen.
Helder
Helder
Aanp. parameter
Aanp. parameter
Annul.
Annul.
MENU
Kleurverzadiging
Kleurverzadiging
Annul.
Annul.
MENU
OK
OK
OK
OK
OK
OK