1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (3).
Het instelscherm van de witbalans verschijnt.
Op de achtergrond wordt de opname getoond die het laatst werd
gemaakt nadat de camera werd ingeschakeld.
2
Gebruik de vierwegbesturing (45)
om de witbalans te selecteren.
Wanneer J (Neonlicht) is geselecteerd,
druk dan op de vierwegbesturing (3)
en gebruik de vierwegbesturing (45)
om D, N, W of L te selecteren.
Ga verder naar stap 6 als u geen
parameters wilt wijzigen.
3
Druk op de knop mc.
Het scherm voor fijnafstemming wordt weergegeven.
4
De witbalans fijn afstemmen.
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing (23) Aanpassing van de kleurtinten tussen groen (G)
Vierwegbesturing (45) Aanpassing van de kleurtinten tussen blauw (B)
d/i-knop
5
Druk op de knop 4.
Opnieuw verschijnt het scherm dat werd weergegeven bij stap 2.
6
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
en magenta (M).
en amber (A).
De aanpassingswaarde wordt hersteld.
Automatische witbalans
Automatische witbalans
Annul.
Annul.
WB±
WB±
MENU
G3 G3
A2 A2
Instellen
Instellen
SHUTTER
Annul.
Annul.
±0 ±0
MENU
139
OK
OK
OK
5
OK
OK
OK