a: Handmatige belichting
U kunt zowel de sluitertijd als het diafragma handmatig naar wens instellen.
Terwijl u naar de indicator voor het belichtingsniveau in de zoeker kijkt, kunt u
de belichting naar wens instellen. Deze methode heet handmatige belichting.
* <a> staat voor Manual (handmatig).
<6>
<g> + <6>
Standaardbelichtingsindex
Markering actuele belichtingsniveau
5
Stel de belichting in en maak de opname.
Controleer de indicator voor het belichtingsniveau en stel de
sluitertijd en het diafragma in.
Indien het ingestelde belichtingsniveau meer dan ±2 stops van
de standaardbelichting afwijkt, wordt bij het uiteinde van de
belichtingsniveau-indicator in de zoeker <I> of <J>
weergegeven. (Als het belichtingsniveau meer dan ±3 stops
afwijkt, wordt op het LCD-scherm <I> of <J> weergegeven.)
Als ISO auto is ingesteld, wordt de instelling van de ISO-snelheid aangepast
aan de sluitertijd en het diafragma om een standaardbelichting te verkrijgen.
Daardoor verkrijgt u mogelijk niet het gewenste belichtingseffect.
Als u bij [z2: Auto Lighting Optimizer/z2: Auto optimalisatie
helderheid] het selectieteken <X> voor [Uitsch. bij handm. bel.] verwijdert,
kunt u deze instelling zelfs instellen in de modus <a> (pag. 136).
Stel het programmakeuzewiel in
1
op <a>.
Stel de ISO-snelheid in
2
Stel de sluitertijd en het diafragma in.
3
Draai aan het instelwiel <6> om de
sluitertijd in te stellen.
Houd de knop <g> ingedrukt en
draai aan het instelwiel <6> om het
diafragma in te stellen.
Stel scherp op het onderwerp.
4
Druk de ontspanknop half in.
De belichtingsinstelling wordt in de
zoeker weergegeven.
De belichtingsniveaumarkering <h> geeft aan
hoe ver het huidige belichtingsniveau van het
standaardbelichtingsniveau is verwijderd.
.
(pag. 122)
155