•
Registreer de alternatieve mobiele communicator met Connect 24 (alleen Noord-Amerika).
•
Stel het communicatiepad in: [300]
•
Schakel de alternatieve communicator in: [383] optie 3 voor Ethernet en [383] optie 4 voor
mobiel.
•
IP van de ethernet- of mobiele ontvanger en poort: [851]
•
Schakel gebeurtenisrapportage in: [307]/[308]
•
Programmeer communicatievertragingstimer: [377]
•
Programmeer DLS-toegang: [401] optie 07
Zie
Programmering
voor meer informatie.
Communicatiepaden
Het communicatiepad tussen de alarmcentrale en de meldkamer moet worden gemaakt door
middel van on-board Public Switched Telephone Network (PSTN)-aansluiting van de alarmcentrale
of via het mobiele alarmcommunicatiemiddel (ethernet) indien aanwezig.
Communicatie-opties
De volgende opties voor het alarmpaneel moeten worden geprogrammeerd bij het configureren
van de alternatieve communicator:
[300] Optie 02: communicatiepad (zie
[380] Optie 01: communicatie ingeschakeld / uitgeschakeld (zie
[383] optie 03: ethernet-communicatie in-/uitgeschakeld, [383] optie 04: mobiele communicatie in-/
uitgeschakeld
[308] [351] - [356] Rapportagecodes (zie
[401] optie 7: DLS-toegang (zie
Limiet communicatiepogingen
Als er een storing in de telefoonlijnbewaking (TLM) aanwezig is, wordt het aantal kiespogingen
voor het PSTN teruggebracht van de geprogrammeerde waarde naar 0 pogingen. Zie
programmeergedeelte
Toezicht herstellen
Als het alarmsysteem een communicatiestoring (FTC) met de centrale meldkamer ervaart, dan
probeert het automatisch om de mislukte gebeurtenis te verzenden als de communicatie is
hersteld/als [383], optie 5 is ingeschakeld.
Upgrade externe firmware
Firmware-upgrades kunnen met DLS naar het alarmpaneel en de modules worden overgedragen.
Een bericht wordt weergegeven op lcd-toetsenpanelen dat aangeeft dat er een firmware-upgrade
beschikbaar is. De blauwe lichtbalk op alle toetsenpanelen knippert.
Gebruikers staan de firmware-upgrade toe via [*][6][Mastercode][17].
Tijdens de update wordt er op het lcd-toetsenpaneel een bericht weergegeven dat er een firmware-
upgrade wordt uitgevoerd.
Firmware-updates worden onder de volgende omstandigheden uitgevoerd:
•
Het systeem is niet ingeschakeld
•
Geen AC-probleem aanwezig
•
Er is geen probleem met lage batterijen
PowerSeries Pro Referentiehandleiding
[300] Paneel/ontvanger
[351] Alternatieve communicator
[401]
DLS-/SA-opties)
[380] Communicator optie 1
communicatiepaden)
[380] Communicator optie
voor details.
1)
1)
75