Probleem – Alarm Brineflow laag
1. Onjuist systeem geselecteerd in de regelaar.
Als het systeem geen stromingsschakelaar heeft,
maar de regelaar wel voor een systeem met stro-
mingsschakelaar is ingesteld, treedt dit alarm op.
2. Onvoldoende flow.
Probleem – Bedrijfspressostaat open of hoge heetgastemperatuur (aangegeven in de linkeronderhoek van de dis-
play)
1. De bedrijfspressostaat gaat niet weer dicht.
2. Sensorstoring, geeft >120°C aan
3. Heetgastemperatuur te hoog.
4. Oververhitting is te hoog.
5. Gebrek aan koudemiddel, onvoldoende koude-
middel in het systeem.
Oorzaak
Controleer in het menu SYSTEEM welk systeem er
is geselecteerd.
• Controleer of de grondwaterpomp draait
• Controleer de stromingsschakelaar
• Kalibratie/instelling stromingsschakelaar
• Wisselaar verstopt?
Oorzaak
1. Schakel de hoofdschakelaar voor de warmte-
pomp uit en wacht tot de compressor minimaal
15 minuten stationair heeft gedraaid.
2. Ontkoppel de twee kabels op de pressostaat
en controleer met een zoemer of de pressostaat
gesloten is.
Controleer wat de sensor aangeeft. Is dat een
aannemelijke/feitelijke waarde?
Meet de weerstand van de sensor en vergelijk
deze met de weerstandstabel in "Meetpunten".
Controleer de ingestelde waarde voor
PERSLEIDING in de regelaar van de warmtepomp
(fabrieksinstelling 120°C).
Controleer de oververhittingsgegevens van de
unit met een manometer en een thermometer.
Controleer ook of de bol en de capillaire buis niet
beschadigd zijn en of de bol correct geïnstalleerd
is.
Controleer met behulp van een manometer en
een thermometer of de oververhitting van de
unit correct is voor het specifieke koudemiddel.
Controleer vervolgens op dezelfde manier of de
koeling van de unit correct is. Zie afzonderlijke
instructies voor koeltechnieken.
Problemen oplossen
Problemen oplossen
VMBME110
Als het verkeerde systeem is geselecteerd, wijzigt
u dit.
De grondwaterpomp moet samen met de inge-
bouwde brinepomp van de warmtepomp starten
en draaien.
Controleer aan de hand van het bedradings-
schema of de stromingsschakelaar correct is
aangesloten.
Controleer of de stromingsschakelaar is ingesteld
op het juiste werkbereik volgens de instructies
voor de stromingsschakelaar.
Als de wisselaar verstopt is, moet deze worden
gereinigd of vervangen.
Als de pressostaat gesloten is, overbrugt u tijde-
lijk de pressostaatkabels en schakelt u de stroom
naar de warmtepomp weer in. Als er op de dis-
play wordt aangegeven, houdt dat in dat de
pressostaat storingsvrij is en dat het probleem in
de bedrading zit of in de printplaat.
Als de pressostaat open is, tikt u voorzichtig met
een schroevendraaier op de bovenkant van de
pressostaat en test u met de zoemer of deze weer
gesloten is.
Vervang de pressostaat als deze herhaaldelijk
vast lijkt te zitten.
Als de sensor defect is, vervangt u deze.
Het symbool verschijnt als de temperatuur in de
persleiding hoger is dan of gelijk is aan de inge-
stelde waarde voor PERSLEIDING.
Als de oververhittingsgegevens niet overeen-
komen met de instructies voor het specifieke
koudemiddel, stelt u de expansieklep af totdat de
juiste waarde wordt verkregen. Zie afzonderlijke
instructies voor koeltechnieken.
Als de oververhitting niet kan worden afgesteld
met de expansieklep of als de capillaire buis/bol
beschadigd is, vervangt u deze.
Als de koeling niet op het juiste peil ligt in ver-
houding tot het specifieke koudemiddel en te
laag ligt, is er onvoldoende koudemiddel in de
unit. Volg de juiste procedure (afhankelijk van het
type koudemiddel) voor het toevoegen van de
juiste hoeveelheid koudemiddel.
Als er een lek lijkt te zitten in het koudemiddelcir-
cuit, voert u een lekdetectie uit en verhelpt u het
probleem. Als er geen lekdetector voorhanden
is, brengt u zeepwater aan op de plek waar u
een lek vermoedt en kijkt u of er bellen ontstaan.
Controleer ook op olie. Deze kan namelijk uit het
koudemiddelcircuit komen.
Actie
Actie
47